Toelichting leesrooster


Hieronder treft u een toelichting aan op het leesrooster zoals dat ook in ‘De Berichten’ is verschenen.

In de Algemene Leden Vergadering is afgesproken dat we voortaan uitgaan van één lezing van het oecumenisch leesrooster. De voorganger en voorbereiders hebben de keus zelf eventueel een bijpassende tweede (bijbel)tekst te kiezen.

 In dit Lutherjaar volgen we vanaf Pinksteren tot Advent het Luthers leesrooster, behoudens de zondagen van ZMA en van de cycli.

4 juni: Pinksteren: Handelingen 2,1-11 en Johannes 14,23-31a

Andere teksten: Openbaring 22,6-17, Joël 2,21 – 3,5.

Het Pinksterverhaal beschrijft hoe de Geest de leerlingen van Jezus aanzet om over Gods grote daden te spreken. Later, in de Johanneïsche christengemeenschap groeit de overtuiging dat ook daar een bezieling van Gods Geest aan het werk is. Het sluit aan bij de profetische traditie waar gegrepen zijn door Gods Geest zowel iets is wat de profeet overkomt, als wat deze aankondigt. In het Johannesevangelie: deze Geest is een helende kracht die Jezus’ woorden in herinnering roept.

 11-18-25 juni: Cyclus met teksten uit het boek Hooglied

 11 juni: Hooglied: 1,5-17 en Johannes 1,35-50: Zoeken en vinden.

Als je van iemand houdt, zie je de schoonheid van je beminde, uiterlijk zowel als innerlijk. Wat is innerlijke schoonheid? De manier waarop iemand om kan gaan met tegenslagen, humor, in harmonie zijn met jezelf, wijsheid.

 18 juni: Hooglied 5,2-8 en Johannes 21,15-17: Liefde op de proef gesteld

Het pad van de liefde gaat niet over rozen. Soms lukt het ons niet trouw te zijn aan onszelf en is trouw zijn aan de ander meer dan wij kunnen opbrengen. Dat kan in hele kleine dingen zitten, maar ook in hele grote. Petrus had Jezus verloochend in het uur van diens dood. Zo stierf hij in totale verlatenheid. Na de opstanding is er van zijn kant slechts liefde en nodigt hij Petrus opnieuw uit die weg te gaan.

 25 juni: Hooglied 7,1b-13 en Openbaring 19,6-10: Ultieme liefde

Schoonheid, vreugde, vervulling. Hoe is dat mogelijk? Omdat alles samenkomt in de schoot van de Ene, van het Al.

2 juli: Lucas 15,1-10: Zoeken wat verloren is

Andere teksten: Jesaja 30,15-18(21), 1 Petrus 5,5b-11

Jezus vertelt gelijkenissen, dit maal die van het verloren schaap en van de verloren drachme. In beide gelijkenissen staat de in onze ogen buitensporige reactie van de eigenaar van het verlorene centraal. Alles wordt op alles gezet om terug te vinden wat verloren was, en er is groot feest als dat gevonden wordt. De gelijkenis van de verloren zoon die na ons Bijbelgedeelte komt, valt hiervan niet los te zien. In de eigenaar mogen we God herkennen. Er is alle reden tot feest, want waar God, en in zijn naam Jezus, mensen zoekt en vindt, is het feest.

9 juli: Lucas 6, 36-45: Balk en splinter.

Andere teksten: Jeremia 17,5-26, Jesaja 50,4-9, Romeinen 8,18-23

In het evangelie lezen we uit de Veldrede over oordeel en vergeving. Het tekstgedeelte loopt uit op de bekende spreuk van ‘balk en splinte’, en daarna gaat het over goede en slechte vruchten. Wat in het Nederlands wegvalt is de rijm tussen ‘splinter’, in het Grieks karfos, en ‘vrucht’, in het Grieks karpos. Deze vergelijkingen horen dus bij elkaar. Want de spreuk over goede en slechte vruchten wordt weer toegespitst op het menselijk hart als de plaats van goedheid en slechtheid: ‘waar het hart vol van is, daar loopt de mond van over.’

16 juli: Lucas 5,1-11: Vissen en vangen

Andere teksten: Jeremia 15,15-21, 1 Petrus 3,8-15a

Jezus verkondigt vanaf de boot het Koninkrijk van God. Nog afgezien van het feit dat water vaak symbool is van de chaosmacht die mensen kapot maakt, is het meer van Gennesaret hier de plek waar Jezus wat afstand kan nemen van de scharen, en de plek waar vissers zijn en vissen worden gevangen. En er wordt wat afgevangen! Jezus vangt zijn eerste leerlingen, de vissers vangen een menigte vissen en zij worden, als volgelingen van Jezus, geroepen om zelf vissers van mensen te worden.

23 juli: Matteüs 5,20-26: Gerechtigheid

Andere teksten: Jesaja 48,12-22, Romeinen 6,3-11

De evangelielezing omvat een stukje van de Bergrede. Jezus zit op een berg als een Joodse rabbi te lernen. Zijn leerlingen en het volk staan om hem heen. Hij legt gedeelten van de Thora en de profeten uit. Hij maakt ze actueel en levend. Uitgangspunt bij zijn uitleg is: Meen niet dat ik gekomen ben om de Thora of de profeten ‘los te laten.’ Ik ben gekomen om ze ‘vol(ledig) te maken.’ Centraal daarbij staat het woord ‘gerechtigheid.’ Het gaat er om dat mensen ‘tot hun recht komen.’ Het gaat niet om de letter van de wet, maar om een nieuwe manier van samenleven in de geest van de wet. Die reikt dieper dan de letter.

30 juli: Marcus 8,1-9: Breken en delen, overvloed voor velen

Andere teksten: Jeremia 3,21, 4,2, Romeinen 6,19-32

Drie dagen lang geeft Jezus onderwijs aan een menigte mensen, van wie er velen van verre gekomen zijn. Na drie dagen krijgt hij medelijden met de menigte ofwel, zoals de Naardense Bijbel vertaalt: ’mijn hart trekt samen om deze schare.’ Jezus wordt geraakt en met ontferming bewogen. Interessant is het feit dat dit op de derde dag gebeurt, de dag van de opstanding. Op deze dag komt Jezus in actie en zet Hij zijn onderwijs om in handelen.

Citaten uit ‘De Eerste Dag’, aangeleverd door Cor Spithoven