Toelichting leesrooster


Hieronder treft u een toelichting aan op het leesrooster zoals dat ook in ‘De Berichten’ is verschenen.

In de Algemene Leden Vergadering is afgesproken dat we voortaan uitgaan van één lezing van het oecumenisch leesrooster. De voorganger en voorbereiders hebben de keus zelf eventueel een bijpassende tweede (bijbel)tekst te kiezen.

 In dit Lutherjaar volgen we vanaf Pinksteren tot Advent het Luthers leesrooster, behoudens de zondagen van ZMA en van de cycli.

 

23 juli: Matteüs 5,20-26: Gerechtigheid

Andere teksten: Jesaja 48,12-22, Romeinen 6,3-11

De evangelielezing omvat een stukje van de Bergrede. Jezus zit op een berg als een Joodse rabbi te lernen. Zijn leerlingen en het volk staan om hem heen. Hij legt gedeelten van de Thora en de profeten uit. Hij maakt ze actueel en levend. Uitgangspunt bij zijn uitleg is: Meen niet dat ik gekomen ben om de Thora of de profeten ‘los te laten.’ Ik ben gekomen om ze ‘vol(ledig) te maken.’ Centraal daarbij staat het woord ‘gerechtigheid.’ Het gaat er om dat mensen ‘tot hun recht komen.’ Het gaat niet om de letter van de wet, maar om een nieuwe manier van samenleven in de geest van de wet. Die reikt dieper dan de letter.

30 juli: Marcus 8,1-9: Breken en delen, overvloed voor velen

Andere teksten: Jeremia 3,21, 4,2, Romeinen 6,19-32

Drie dagen lang geeft Jezus onderwijs aan een menigte mensen, van wie er velen van verre gekomen zijn. Na drie dagen krijgt hij medelijden met de menigte ofwel, zoals de Naardense Bijbel vertaalt: ’mijn hart trekt samen om deze schare.’ Jezus wordt geraakt en met ontferming bewogen. Interessant is het feit dat dit op de derde dag gebeurt, de dag van de opstanding. Op deze dag komt Jezus in actie en zet Hij zijn onderwijs om in handelen.

6 augustus: Matteüs 7, 15-21: Leren onderscheiden tussen doen en horen.

Andere teksten: Jeremia 7,2-76(11), Romeinen 8,12-17

In het evangelie zijn we bijna aan het slot van de Bergrede, dat grote geheel van Jezus’ uitspraken en gelijkenissen over ‘koninkrijk Gods en zijn gerechtigheid.’ De tekst is vol contrastbeelden: profeten die niet zo wollig-zacht zijn als ze lijken, bomen met goede vruchten en niets-nut-bomen. En eerder al de smalle en de brede weg, de nauwe en de ruime poort (Matteüs 7,13-14). Die scherpe tegenstellingen willen ons inprenten: er moet altijd een keuze gemaakt worden. De eerste prioriteit ligt bij het praktiseren van Gods Woord. Je geeft pas echt gehoor aan het appèl van de Tora door haar in praktijk te brengen.

Aan de vruchten herken je de boom.

13 augustus: Lucas 16, 1-9: Wees eensgezind en barmhartig.

Andere teksten: Jeremia 32,37-42, 1 Korintiërs 10,1-13

De rentmeester scheldt schulden kwijt, maar wel uit eigen belang. Is dat te prijzen? Jazeker, want daar waar mensen elkaar ontslaan van hun schulden, waar de barmhartigheid de overhand krijgt, daar wordt uiteindelijk toch iets zichtbaar van dat Rijk van God, die nieuwe hemel en die nieuwe aarde. En dat is toch datgene waar het telkens weer om te doen moet zijn. En zelfs wanneer je alleen maar goed doet met het oog op je eigen hachje, zoals die rentmeester doet, doe het dus alsjeblieft wel. Want uiteindelijk moeten de woorden gedaan worden. Doe je het uitsluitend voor jezelf? Misschien dat we geneigd zijn onze neus ervoor op te halen. Maar laten mensen toch die woorden maar doen.

Daar wordt de wereld uiteindelijk toch beter van.

20 augustus: Lucas 19,41-48: Vrede voor Jeruzalem?

Andere teksten: Jeremia 23,16-29, 1 Korintiërs 12,1-11

Voordat Jezus Jeruzalem binnentrekt ziet hij de stad voor zich liggen en hij begint te huilen. Hij ziet verwoesting en gruwelijke wreedheden tegen haar inwoners. Zijn weeklacht sluit aan bij weeklachten van vele profeten. Jeremia klaagde over de valse profeten achter wie heel Jeruzalem aanloopt. Vervullen de farizeeën hier de rol van valse profeten? Zij willen dat Jezus de leerlingen het zwijgen oplegt; zij houden ‘de koning’, tegen en maken dat Jeruzalem niet weet wat vrede kan brengen. Door hun nadruk op de geboden is de stad blind en doof geworden voor de tijd van Gods ontferming.

27 augustus – 3-10-17 september: Cyclus teksten Augustinus

Rondom de Augustinuszondag (dit jaar in de Werkhofgemeenschap gevierd op 3 september.) is een cyclus met lezingen van Augustinus samengesteld. Deze grote kerkleraar (354-430) is in de theologie vooral bekend om zijn grote werken over belangrijke christelijke thema’s als ‘zonde en genade’ en ‘kerk en staat’ en om zijn grote invloed als bisschop van Hippo in de kerkelijke conflicten van zijn tijd. Hij staat, zoals natuurlijk binnen de Werkhofgemeenschap zeer bekend is, ook aan de basis van de kloosterorde van de Augustijnen die hun leven hebben ingericht volgens de regel van Augustinus. Gods Werkhof is geworteld in deze traditie.

Voor de lezingencyclus hebben we teksten bijeengezocht uit het boek ‘Confessiones’ (= Belijdenissen), de autobiografische schets van Augustinus van de ontwikkeling van zijn innerlijk leven; daarin staat een aantal van de meest bekende uitspraken van Augustinus. En verder enkele gedeelten uit zijn preken, die soms verbazingwekkend actueel blijken.

1e zondag (27 aug.): ‘Onrustig is ons hart’ (Belijdenissen, boek I)

‘Groot bent U, God, U komt alle lof toe! Groot is uw kracht, uw inzicht is niet te meten.

Nu wil een mens U prijzen, een deel van uw schepping,

ja, een mens die zijn sterfelijkheid met zich meedraagt, het bewijs van zijn zonde,

het bewijs dat U zich tegen de hoogmoedigen keert.

Toch wil hij U prijzen, deze mens, dit deel van uw schepping

en U zet hem aan daar vreugde in te vinden.

Want zo hebt U ons geschapen, gericht op U,

en rusteloos blijft ons hart totdat het rust vindt in U.’

‘Maar hoe zal ik nu mijn God aanroepen? Want roep ik Hem aan, dan roep ik toch zeker naar mijzelf, in mijzelf? En wat is er in mij voor plaats, waar mijn God kan komen, waar God in mij kan komen, de God die de hemel en de aarde gemaakt heeft? Ja, is er dan iets in mij, mijn God, dat U kan bevatten?’

‘Wie zal mij geven dat ik in U mijn rust mag vinden? Wie zal mij geven dat U in mijn hart komt en het dronken maakt, zodat ik mijn kwaad vergeet en mijn ene goed omhels, U?

Wat bent U voor mij? Erbarm U, dat ik woorden mag vinden.’

Deze tekst, het begin van de Belijdenissen, zindert van verlangen en zet de toon voor het hele verdere boek. Waar vindt een mens, waar vinden wij rust? De tekst laat zich goed verbonden met psalmen als psalm 42 en psalm 63.

2e zondag (3 sept.): ‘De wereld is vol wonderen’ (Sermo 374)

‘De schepping is wel vol wonderen, maar alles wat verwondering verdient is door de regelmatige terugkeer onopvallend geworden.

Laat maar eens een mens die onder de mensen heeft geleefd uit de doden opstaan en het wordt door allen als een goddelijk werk verkondigd. Elke dag worden er zovelen geboren die er nog niet waren, maar niemand verwondert zich erover.

Christus veranderde water in wijn, een groot wonder. Maar wie anders bewerkt dit elk jaar in de wijnstok? Denkt u dat het een kleiner wonder is dat vocht uit de aarde wordt opgenomen en wordt omgezet tot zo’n struik; dat het door de ranken gaat, de bladeren ontvouwt, de zwellende trossen voortbrengt, de druiven doet groeien zolang ze nog niet rijp zijn, en die laat kleuren bij de rijping? Vraag de wortel eens waar dat alles vandaan komt. Welke regelmaat, welk vakmanschap ligt er besloten in zo’n nietige en onbeduidende uiterlijke vorm? Ik sta nu nog verwonderd over de vormkracht van de wortel. Maar die van de zaadkorrel valt nog meer te bewonderen. Wat is die klein: bijna niets! Toch zijn daar alle onderdelen van de toekomstige wortel, de stam, de takken, vruchten en bladeren aanwezig, en ook de vormende onderdelen die het sap aantrekken en omvormen tot zo’n prachtig en oogstrelend kunstwerk.

Dat zijn verbazingwekkende werken van de Schepper. Om Hem voor uw ogen aanwezig te zien bent u nog niet eens opgestegen naar de hemel, maar u vindt hem op aarde al bezig met vormen en bouwen. Dat vraagt om een aandachtige waarnemer want wat is wonderbaarlijker dan zulke werken? Toch hebben zij door hun alledaagsheid aan zeggingskracht ingeboet.

Om de zielen van de mensen wakker te schudden heeft God enkele werken in petto gehouden. Ze zijn wel niet belangrijker, maar wel zeldzamer. Het is zeker een groter werk een mens te maken dan er een weer tot leven te roepen. Maar omdat niemand zich meer verwondert over wat Hij elke dag maakt, heeft Hij zich ooit laten kennen als een die tot leven wekt. Hij verschafte blinden het licht, doven het gehoor en stommen de spraak. Hij die dit telkens onbewonderd in zaden verricht, heeft dit ooit tot grote verwondering onder de mensen verricht.’

Deze tekst laat ons met nieuwe ogen kijken naar de wereld om ons heen: een verbazingwekkend actueel geluid voor onze omgang met de schepping en met de mensen om ons heen. Hiernaast kan als bijbelgedeelte Psalm 8 gelezen worden.

3e zondag (10 sept.): ‘Laat heb ik u lief gekregen’ (Belijdenissen, boek X)

‘Laat heb ik u lief gekregen, o schoonheid, zo oud en zo nieuw, laat heb Ik u lief gekregen! Gij waart binnen en ik was buiten, en daar zocht ik u. En ik rende, wanstaltig als ik was, op de schone dingen af die door u gemaakt zijn. Gij waart bij mij en ik niet bij u.

Ik werd ver van u gehouden door dingen die niet bestaan zouden hebben, als ze niet in u bestaan hadden. Geroepen hebt gij, geschreeuwd en mijn doofheid doorbroken. Gestraald hebt gij, geschitterd en mijn blindheid verjaagd. Gegeurd hebt gij en ik heb ingeademd en nu snak ik naar u. Geproefd heb ik en nu honger en dorst ik. Aangeraakt hebt gij mij en ik ben ontvlamd naar uw vrede.”

Deze ontroerende, intieme tekst over de verhouding tussen God en mens kennen we binnen de Werkhofgemeenschap vooral in de bewerking van Huub Oosterhuis: Veel te laat heb ik jou lief gekregen, dat als lied een plek in de liedbundel heeft gekregen.

Het is een tekst over strijd en je gewonnen geven aan de lokroep van de liefde en de schoonheid van God. Even intiem spreekt Psalm 139 over de verhouding tussen God en mens.

4e zondag (17 sept.): ‘Vrede brengen’ (Sermo 53A)

‘Gelukkig de vredestichters want zij zullen kinderen van God genoemd worden (Mt 5:9). Wie zijn dat, de vredestichters? Degenen die vrede brengen. Ziet u ergens mensen die onenigheid hebben? Zorg dan dat u de vrede tussen hen herstelt. Zeg tegen de een iets goeds over de ander en tegen de ander iets goeds over de een. U hoort van een van hen iets slechts over de ander, gewoon omdat hij kwaad is? Vertel dat dan niet door. Houd de boze woorden van iemand die kwaad is, voor u. Maan hen in alle oprechtheid tot eendracht. Maar ook als u de vrede wilt herstellen tussen twee vrienden van u die onenigheid hebben, moet u bij uzelf beginnen met vreedzaam te zijn. U moet uzelf van binnen tot vrede brengen, waar u waarschijnlijk elke dag strijd levert met uzelf.’

‘Vrede verspreiden door haar met anderen te delen’ (Sermo 357)

‘De ware minnaar van de vrede is ook een minnaar van de vijanden van de vrede.

Je maakt je immers niet kwaad op blinden, omdat je zelf het licht bemint. Je betreurt natuurlijk dat blinden het licht niet zien. Je weet immers wat een groot goed het licht is. En wanneer je dan vaststelt wat blinden moeten missen twijfel je er geen ogenblik aan dat zij je medelijden verdienen. En heb je de middelen, de bekwaamheid of het geneesmiddel om hen te helpen, dan zul je hen eerder te hulp snellen dan hen veroordelen.

Zo moet ook iedere minnaar van de vrede medelijden hebben met wie niet bemint wat u bemint en niet heeft wat u hebt. Wat u bemint is namelijk van dien aard dat u niet jaloers hoeft te zijn op een ander die het samen met u bezit. Wie samen met u de vrede bezit vormt geen bedreiging voor uw bezit.

In dat opzicht bestaat er een groot verschil met het bezit van materiële zaken. Daarin is het moeilijk om niet jaloers te zijn op de bezitter ervan. (…)

Maar bemin de vrede, heb vrede, neem zoveel mensen in uw vrede op als u kunt, en uw vrede zal des te groter zijn naarmate ze met meer mensen wordt gedeeld. Een gewoon huis biedt geen plaats aan vele medebewoners, maar het huis van de vrede groeit naarmate het aantal bewoners groeit.’

De vierde en laatste zondag in de reeks is tevens Vredeszondag.

Twee teksten van Augustinus leveren handreikingen over het werken aan vrede.

Ze hebben in al die eeuwen nog niets aan betekenis verloren. In combinatie met Psalm 133 wordt een richting aangeduid om ons concreet in te zetten voor vrede.

24 september: ZondagMorgenAnders. Thema: Chaos

 1 oktober: Lucas 7,11-16: Uit dood tij overvloed van leven

Andere teksten: Daniël 9,14-19,Efeziërs 3,13-21

Wanneer Jezus Naïn nadert wordt een dode de stadspoort uitgedragen: de enige zoon van een weduwe. De moeder is net als Jezus vergezeld van een grote menigte. De meesten van hen zijn gelegenheidsrouwenden, ramptoeristen, die verdwijnen zodra het graf gesloten is. Toekijkers. En dan gebeurt het dat er één is die niet alleen toekijkt, maar ook ziét. Een ‘zien’ dat Jezus tot in zijn diepste innerlijk betrekt bij de getroffen vrouw, mee-lijdend met haar. Mee door haar ‘dood’gaande, geeft hij haar nieuw leven. Door haar zoon terug naar het leven te roepen.

Het valt op dat Lucas hier Jezus voor het eerst Kurios, Heer, noemt. Het is Jezus’ titel als opgestane Heer. Zo legt Lucas een verband tussen de opstanding van Jezus en het opstaan van de jongen en van zijn moeder.

De tekst van de Augustinus cyclus is aangeleverd door Henk Hortensius,

de overige teksten zijn citaten uit ‘De Eerste Dag’,

aangeleverd door Cor Spithoven.

Citaten uit ‘De Eerste Dag’, aangeleverd door Cor Spithoven