Toelichting leesrooster


Hieronder treft u een toelichting aan op het leesrooster zoals dat ook in ‘De Berichten’ is verschenen.

In de Algemene Leden Vergadering is afgesproken dat we voortaan uitgaan van één lezing van het oecumenisch leesrooster. De voorganger en voorbereiders hebben de keus zelf eventueel een bijpassende tweede (bijbel)tekst te kiezen.

In dit Lutherjaar volgen we vanaf Pinksteren tot Advent het Luthers leesrooster, behoudens de zondagen van ZMA en van de cycli.

VIERINGEN MAART TOT MEI

10 mei: Hemelvaart Handelingen 1,1-11 en Lucas 24,49-53

In beide teksten gaat het over Jezus’ Hemelvaart.’ Staat in het evangeliegedeelte de verrijzenis als begin en einde van Jezus’ levensweg centraal, in Handelingen de levensweg van de apostelen in dat voetspoor. Daartoe gebruikt Lucas het aantal van veertig dagen, beeld van de levenstocht van mensen. Van de mensheid bij Noach, van Mozes bij de Eeuwige, van Israël door de woestijn. In dat spoor ook van Jezus: in de woestijn, en het aantal dagen van zijn verschijning als opgestane. Het hele leven van begin tot einde doorleefd.

13 mei: zevende zondag van Pasen Exodus 19,1-11 en Johannes 17,14-26

We horen Jezus bidden: ‘Opdat zij allen één zijn.’ Waar denk je aan als je dat bidt?
Was het de bedoeling dat er uit de weg die Jezus voorging zo veel kerkgenootschappen zouden ontstaan? Alle christenen één kerk dan? Alle verschillen opgeheven? Is het nu niet het moment voor een eensgezinde bezinning op het fundament van al die uitingen van leerlingschap van Jezus van Nazaret om plaats te maken voor andere vormen van geloof?

20 mei: Pinksteren Handelingen 2,1-24 en Johannes 14,8-17

Pinksteren als startschot voor de kerk, op de vijftigste dag van Pasen, zo wordt het sinds het einde van de vierde eeuw als zelfstandig feest gevierd. Lucas is de enige nieuwtestamentische schrijver die het Pinkstergebeuren een eigen plek in het kader van een traditioneel feest geeft en de gave van de Geest, als begin van kerk en zending, niet integreert in de gebeurtenissen omtrent de opstanding. Het is echter nog maar het begin van de eerste fase van de kerk. Hoezeer de wereldwijde betekenis van Pinksteren door Lucas ook wordt onderstreept door de lijst van in Jeruzalem wonende diaspora-joden, tot nu toe betreft het alleen joden en proselieten (bekeerlingen). Pas later wordt de Geest ook uitgestort over Samaritanen en mensen die buiten de joodse gemeenschap staan.

VIERINGEN IN JUNI-JULI
27 mei: Trinitatis
Exodus 3,1-6 en Johannes 3,1-16
Wil je Gods koningschap zien, dan moet je ‘van omhoog’ geboren worden.
Voor Nicodemus betekent dat dat je ‘opnieuw geboren’ moet worden. Maar om dát ‘van omhoog’ gaat het niet. Je moet het zoeken bij ‘water en Geest.’ Het koningschap van God tekent zich af voor wie uit de Geest van Gods scheppen nieuw leven geboren ziet worden. Ook als je niet weet waar die Geest vandaag komt en waar Hij heen gaat, je kunt zijn stem horen.

Cyclus Ecologische theologie
Natuurliefhebbers weten dat de natuur ons kan openen, ons ontvankelijk kan maken voor een mysterie dat ons overstijgt. Christelijker geformuleerd: de natuur kan ons dichter tot God brengen. Naast de Bijbel, waarin God ons toespreekt, is de aarde met al wat daarop is, het meest concrete dat we van God hebben ontvangen, de meest zichtbare en tastbare manifestatie van God. Als wij de natuur verkwanselen, vernietigen we niet alleen onze verblijfsplaats, maar wissen we en passant een spoor van God uit.
Als wij goed voor de aarde zorgen, stimuleren wij haar om haar verwijzende rol zo goed mogelijk te vervullen en zal zij onze leraar, helper en metgezel blijven op weg naar Gods koninkrijk.

3 juni: Laudato si, de groene encycliek van paus Franciscus
ZMA met Guy Dilweg, franciscaan. Een lezing als opmaat tot de cyclus Ecologische theologie.
De bezinningsgroep nodigde Guy Dilweg uit om voor de WHG deze inleiding te verzorgen. Hij wil dat graag voor ons doen en gebruikt hierbij een powerpoint presentatie, omdat beelden soms meer zeggen dan woorden en ook een mooie focus kunnen bieden bij het hardop doordenken.
Paus Franciscus schreef een pittige brief over ons omgaan met de aarde en met de armen. De paus kiest een alomvattende en levensbeschouwelijke invalshoek, de ‘integrale ecologie.’ Daarbij baseert hij zich sterk op het leven en de ideeën van zijn naamgever, Franciscus van Assisi. Aan diens Zonnelied ontleende de paus ook de titel van zijn encycliek ‘Laudato si, Geloofd zijt gij,’ de eerste woorden van het Loflied van de Schepselen, ook wel bekend als het Zonnelied. Op onze bijeenkomst presenteert hij de ’highlights’ van deze benadering. Daarbij stellen wij onszelf natuurlijk ook de vraag of de benadering van de paus ons inspireert tot een andere manier van omgaan met de arme en de aarde. Er is deze ochtend in ons samenzijn een meditatief moment opgenomen over de verbondenheid van alles met alles aan de hand van Thich Nhat Hanh. De presentatie zullen we afsluiten met het algemene gebed van paus Franciscus aan het eind van de encycliek.
Presentatie en inleiding door Guy Dilweg, franciscaan (1944). Studeerde politicologie aan de VU, werkte bij Pax Christi en stichtte het Franciscaans Milieuproject dat van 1991 tot vorig jaar mensen in Stoutenburg bijeenbracht die geïnspireerd door onder meer Franciscus van Assisi, samen wilden leven in verbondenheid met de natuur.
Guy woont nu in Amersfoort in een ‘kleine groene communiteit’ en zet zich in voor zijn medebroeders en voor de vergroening van (kerkelijke) gemeenschappen.
Wij zijn blij dat Guy ook in de WHG hieraan wil bijdragen.

10 juni: Ex. 33,18-22
‘Laat mij toch uw heerlijkheid zien,’ zei Mozes. Hij antwoordde: ‘Ik zal in mijn volle luister voor je langs gaan en in jouw bijzijn de naam Heer uitroepen: ik schenk genade aan wie ik genade wil schenken, en ik ben barmhartig voor wie ik barmhartig wil zijn. Maar,’ zei hij, ‘mijn aangezicht zul je niet kunnen zien, want geen mens kan mij zien en in leven blijven.’
Toen sprak de Heer: ‘Er is een plaats op de rots waar je dicht bij mij kunt komen staan. Als dan mijn majesteit voor je langs gaat, zal ik je in een kloof laten schuilen en mijn hand beschermend voor je houden tot ik voorbij ben. Als ik mijn hand weghaal, zul je mij van achteren zien; mijn gezicht mag niemand zien.’

Hebt u zich wel eens afgevraagd wat Mozes gezien heeft, toen God zichzelf ‘van achteren’ aan hem liet zien? Sallie McFague, een Amerikaanse Barthiaans opgeleide theologe die zich via de feministische theologie met ecologische theologie ging bezighouden, bouwde een boek op rond deze vraag. Haar antwoord: wat Mozes zag, was de wereld, de nederige lichamen van onze eigen planeet, als zichtbare tekenen van de onzichtbare majesteit van de Schepper.
Kunnen wij de wereld zien als het lichaam van God? Wat zou het betekenen als God zichzelf belichaamt in onze wereld?

17 juni: Franciscus van Assisi: Het Zonnelied

Allerhoogste, almachtige, goede Heer
van U zijn de lof, de roem, de eer en alle zegening.
U alleen, Allerhoogste, komen zij toe
En geen mens is waardig U te noemen.

Geloofd zijt gij, mijn Heer, met al uw schepselen,
vooral heer broeder zon, die de dag is,
en door wie Gij ons verlicht.
En hij is mooi en stralend met grote luister.
Van U, Allerhoogste, draagt hij het zinnebeeld.

Geloofd zijt gij, mijn Heer,
door zuster maan en de sterren.
Aan de hemel hebt gij ze gemaakt
Schitterend, kostbaar en mooi.

Geloofd zijt gij, mijn Heer, door broeder wind
en door de lucht en de wolken,
het helder weer en ieder jaargetijde,
waardoor Gij uw schepselen in leven houdt.
Geloofd zijt gij, mijn Heer, door zuster water,
die heel nuttig is, nederig, kostbaar en kuis.
Geloofd zijt gij, mijn Heer, door broeder vuur, door wie Gij voor ons de nacht verlicht.
En hij is mooi en vrolijk, stoer en sterk.
Geloofd zijt gij, mijn Heer, door zuster aarde, onze moeder
die ons in leven houdt en leidt
en allerlei gewassen en kleurige bloemen en kruiden voortbrengt.
Loof en zegen mijn Heer
en dank en dien Hem met grote nederigheid.

Het was wellicht als gevolg van zijn nederige levensstijl dat Franciscus van Assisi de zon en de maan, het vuur en het water, de aarde en al noemt hij ze in zijn Zonnelied niet,
de dieren, ging beschouwen als zijn broeders en zusters. De vertrouwelijke omgang met de natuurverschijnselen was voor hem een bron van grote vreugde, zowel om wat die in zichzelf zijn als omdat zij hem verwezen naar de goddelijke voorzienigheid, die in alles heeft voorzien.

24 juni Bevrijdende soberheid
De christelijke spiritualiteit stelt een andere wijze voor om de kwaliteit van leven te meten en nodigt uit tot een profetische en contemplatieve levensstijl die in staat is een diepe vreugde te kennen zonder door consumptie geobsedeerd te zijn. Het is belangrijk aan een oude les gevolg te geven die in verschillende godsdienstige tradities en ook in de Bijbel aanwezig is. Het betreft de overtuiging dat ‘minder meer is.’ De constante opeenhoping van consumptiemogelijkheden leidt het hart immers af en verhindert ieder ding en ieder moment afzonderlijk te waarderen. Rustig iedere werkelijkheid, hoe klein die ook is, tegemoet te treden, opent voor ons daarentegen meer mogelijkheden voor begrip en persoonlijke groei. De christelijke spiritualiteit houdt een groei in soberheid voor en een vermogen om van weinig te genieten. Het is een terugkeer naar de eenvoud die het ons mogelijk maakt stil te staan bij en te genieten van de kleine dingen, te danken voor de mogelijkheden die het leven biedt, zonder ons te hechten aan wat wij hebben, of treurig te worden om wat wij niet bezitten. (…) Soberheid, die onbevangen en bewust wordt geleefd, werkt bevrijdend. (…) Innerlijke vrede is nauw verbonden met de zorg voor de ecologie en het algemeen welzijn, omdat zij zich, als zij authentiek wordt beleefd, weerspiegelt in een evenwichtige levensstijl die verbonden is met een vermogen tot verwondering dat leidt tot een diepgang van het leven. (Paus Franciscus, Laudato si, nr. 222.223.225)

Paus Franciscus wijst erop dat de christelijke spiritualiteit en een ‘ecologische levensstijl’ nauw aan elkaar verwant zijn. De noodzaak verantwoordelijker met onze aarde om te gaan is spiritueel gekleurd!

1 juli: Jesaja 3,25,4,6 en Marcus 5,22-43
In het Marcusevangelie vandaag twee verhalen: de overleden dochter van Jaïrus en de vrouw die aan bloedvloeiing leed. Twee dochters van de twaalf stammen vinden na twaalf jaar genezing en herstel, door het geloof van een lichtdrager en het vertrouwen van een onaanraakbare. Twee dochters vinden de weg terug naar een vruchtbaar en héél gemaakt leven.

8 juli: Ezechiël 2,1-7 en Marcus 6,1-6
Het evangelie getuigt van een openhartige en kritische houding, ook ten aanzien van de ‘eigen mensen.’ Zij zijn de eerste hoorders. Marcus getuigt van een voorval in Jezus’ woonplaats. Men moet Hem daar niet meer zo.
Ook Ezechiël, een groot profeet, wordt gewaarschuwd voor de afwijzende houding van zijn volksgenoten. Het is niet gemakkelijk een profetische getuigenis af te leggen namens de Eeuwige.

15 juli: Jesaja 52,1-6 en Marcus 6,6b-13
In Nazaret wilden ze niets van Jezus weten. Hij verwondert zich over hun volkomen gebrek aan vertrouwen en gaat, vanuit de synagoge in zijn vaderstad, lerend rond in de dorpen rondom. Over wat hij leert, horen we hier niets. Wel horen we dat Hij zijn leerlingen bij zich roept om hen weg te sturen. Hij zendt hen uit met alle volmacht over de onreine geesten, over alles wat de gemeenschap onmogelijk maakt.
De leerlingen krijgen een strikte code mee. Weerloos zullen ze op hun tocht zijn, zonder zekerheid dan alleen de staf en de sandalen.

22 juli: Jeremia 23,1-6 en Marcus 6,30-34
We horen hoe de herder Jezus met zijn leerlingen even afstand wil nemen van de kudde, het volk dat iedere dag weer opnieuw aan hen trekt. ‘Komt nu eens zelf mee naar een eenzame plaats om alleen te zijn en rust daar wat uit ‘ De gezondenen kunnen niet alleen maar actief zijn, alleen maar doen. Zij zullen telkens opnieuw moeten terugkeren naar de bron waaruit hun bezieling ontspringt. Voor leerlingen en herders is het van levensbelang om je te kunnen terugtrekken ver van het gewoel, om stil te kunnen worden in rustige overdenking en gebed, om , zoals Jezus zelf, ‘bij de dingen van mijn Vader’ te zijn.

Citaten uit ‘De Eerste Dag’, aangeleverd door Cor Spithoven.