Toelichting leesrooster


Hieronder treft u een toelichting aan op het leesrooster zoals dat ook in ‘De Berichten’ is verschenen.

In de Algemene Leden Vergadering is afgesproken dat we voortaan uitgaan van één lezing van het oecumenisch leesrooster. De voorganger en voorbereiders hebben de keus zelf eventueel een bijpassende tweede (bijbel)tekst te kiezen.

 In dit Lutherjaar volgen we vanaf Pinksteren tot Advent het Luthers leesrooster, behoudens de zondagen van ZMA en van de cycli.

27 augustus – 3-10-17 september: Cyclus teksten Augustinus

Rondom de Augustinuszondag (dit jaar in de Werkhofgemeenschap gevierd op 3 september.) is een cyclus met lezingen van Augustinus samengesteld. Deze grote kerkleraar (354-430) is in de theologie vooral bekend om zijn grote werken over belangrijke christelijke thema’s als ‘zonde en genade’ en ‘kerk en staat’ en om zijn grote invloed als bisschop van Hippo in de kerkelijke conflicten van zijn tijd. Hij staat, zoals natuurlijk binnen de Werkhofgemeenschap zeer bekend is, ook aan de basis van de kloosterorde van de Augustijnen die hun leven hebben ingericht volgens de regel van Augustinus. Gods Werkhof is geworteld in deze traditie.

Voor de lezingencyclus hebben we teksten bijeengezocht uit het boek ‘Confessiones’ (= Belijdenissen), de autobiografische schets van Augustinus van de ontwikkeling van zijn innerlijk leven; daarin staat een aantal van de meest bekende uitspraken van Augustinus. En verder enkele gedeelten uit zijn preken, die soms verbazingwekkend actueel blijken.

1e zondag (27 aug.): ‘Onrustig is ons hart’ (Belijdenissen, boek I)

‘Groot bent U, God, U komt alle lof toe! Groot is uw kracht, uw inzicht is niet te meten.

Nu wil een mens U prijzen, een deel van uw schepping,

ja, een mens die zijn sterfelijkheid met zich meedraagt, het bewijs van zijn zonde,

het bewijs dat U zich tegen de hoogmoedigen keert.

Toch wil hij U prijzen, deze mens, dit deel van uw schepping

en U zet hem aan daar vreugde in te vinden.

Want zo hebt U ons geschapen, gericht op U,

en rusteloos blijft ons hart totdat het rust vindt in U.’

‘Maar hoe zal ik nu mijn God aanroepen? Want roep ik Hem aan, dan roep ik toch zeker naar mijzelf, in mijzelf? En wat is er in mij voor plaats, waar mijn God kan komen, waar God in mij kan komen, de God die de hemel en de aarde gemaakt heeft? Ja, is er dan iets in mij, mijn God, dat U kan bevatten?’

‘Wie zal mij geven dat ik in U mijn rust mag vinden? Wie zal mij geven dat U in mijn hart komt en het dronken maakt, zodat ik mijn kwaad vergeet en mijn ene goed omhels, U?

Wat bent U voor mij? Erbarm U, dat ik woorden mag vinden.’

Deze tekst, het begin van de Belijdenissen, zindert van verlangen en zet de toon voor het hele verdere boek. Waar vindt een mens, waar vinden wij rust? De tekst laat zich goed verbonden met psalmen als psalm 42 en psalm 63.

2e zondag (3 sept.): ‘De wereld is vol wonderen’ (Sermo 374)

‘De schepping is wel vol wonderen, maar alles wat verwondering verdient is door de regelmatige terugkeer onopvallend geworden.

Laat maar eens een mens die onder de mensen heeft geleefd uit de doden opstaan en het wordt door allen als een goddelijk werk verkondigd. Elke dag worden er zovelen geboren die er nog niet waren, maar niemand verwondert zich erover.

Christus veranderde water in wijn, een groot wonder. Maar wie anders bewerkt dit elk jaar in de wijnstok? Denkt u dat het een kleiner wonder is dat vocht uit de aarde wordt opgenomen en wordt omgezet tot zo’n struik; dat het door de ranken gaat, de bladeren ontvouwt, de zwellende trossen voortbrengt, de druiven doet groeien zolang ze nog niet rijp zijn, en die laat kleuren bij de rijping? Vraag de wortel eens waar dat alles vandaan komt. Welke regelmaat, welk vakmanschap ligt er besloten in zo’n nietige en onbeduidende uiterlijke vorm? Ik sta nu nog verwonderd over de vormkracht van de wortel. Maar die van de zaadkorrel valt nog meer te bewonderen. Wat is die klein: bijna niets! Toch zijn daar alle onderdelen van de toekomstige wortel, de stam, de takken, vruchten en bladeren aanwezig, en ook de vormende onderdelen die het sap aantrekken en omvormen tot zo’n prachtig en oogstrelend kunstwerk.

Dat zijn verbazingwekkende werken van de Schepper. Om Hem voor uw ogen aanwezig te zien bent u nog niet eens opgestegen naar de hemel, maar u vindt hem op aarde al bezig met vormen en bouwen. Dat vraagt om een aandachtige waarnemer want wat is wonderbaarlijker dan zulke werken? Toch hebben zij door hun alledaagsheid aan zeggingskracht ingeboet.

Om de zielen van de mensen wakker te schudden heeft God enkele werken in petto gehouden. Ze zijn wel niet belangrijker, maar wel zeldzamer. Het is zeker een groter werk een mens te maken dan er een weer tot leven te roepen. Maar omdat niemand zich meer verwondert over wat Hij elke dag maakt, heeft Hij zich ooit laten kennen als een die tot leven wekt. Hij verschafte blinden het licht, doven het gehoor en stommen de spraak. Hij die dit telkens onbewonderd in zaden verricht, heeft dit ooit tot grote verwondering onder de mensen verricht.’

Deze tekst laat ons met nieuwe ogen kijken naar de wereld om ons heen: een verbazingwekkend actueel geluid voor onze omgang met de schepping en met de mensen om ons heen. Hiernaast kan als bijbelgedeelte Psalm 8 gelezen worden.

3e zondag (10 sept.): ‘Laat heb ik u lief gekregen’ (Belijdenissen, boek X)

‘Laat heb ik u lief gekregen, o schoonheid, zo oud en zo nieuw, laat heb Ik u lief gekregen! Gij waart binnen en ik was buiten, en daar zocht ik u. En ik rende, wanstaltig als ik was, op de schone dingen af die door u gemaakt zijn. Gij waart bij mij en ik niet bij u.

Ik werd ver van u gehouden door dingen die niet bestaan zouden hebben, als ze niet in u bestaan hadden. Geroepen hebt gij, geschreeuwd en mijn doofheid doorbroken. Gestraald hebt gij, geschitterd en mijn blindheid verjaagd. Gegeurd hebt gij en ik heb ingeademd en nu snak ik naar u. Geproefd heb ik en nu honger en dorst ik. Aangeraakt hebt gij mij en ik ben ontvlamd naar uw vrede.”

Deze ontroerende, intieme tekst over de verhouding tussen God en mens kennen we binnen de Werkhofgemeenschap vooral in de bewerking van Huub Oosterhuis: Veel te laat heb ik jou lief gekregen, dat als lied een plek in de liedbundel heeft gekregen.

Het is een tekst over strijd en je gewonnen geven aan de lokroep van de liefde en de schoonheid van God. Even intiem spreekt Psalm 139 over de verhouding tussen God en mens.

4e zondag (17 sept.): ‘Vrede brengen’ (Sermo 53A)

‘Gelukkig de vredestichters want zij zullen kinderen van God genoemd worden (Mt 5:9). Wie zijn dat, de vredestichters? Degenen die vrede brengen. Ziet u ergens mensen die onenigheid hebben? Zorg dan dat u de vrede tussen hen herstelt. Zeg tegen de een iets goeds over de ander en tegen de ander iets goeds over de een. U hoort van een van hen iets slechts over de ander, gewoon omdat hij kwaad is? Vertel dat dan niet door. Houd de boze woorden van iemand die kwaad is, voor u. Maan hen in alle oprechtheid tot eendracht. Maar ook als u de vrede wilt herstellen tussen twee vrienden van u die onenigheid hebben, moet u bij uzelf beginnen met vreedzaam te zijn. U moet uzelf van binnen tot vrede brengen, waar u waarschijnlijk elke dag strijd levert met uzelf.’

‘Vrede verspreiden door haar met anderen te delen’ (Sermo 357)

‘De ware minnaar van de vrede is ook een minnaar van de vijanden van de vrede.

Je maakt je immers niet kwaad op blinden, omdat je zelf het licht bemint. Je betreurt natuurlijk dat blinden het licht niet zien. Je weet immers wat een groot goed het licht is. En wanneer je dan vaststelt wat blinden moeten missen twijfel je er geen ogenblik aan dat zij je medelijden verdienen. En heb je de middelen, de bekwaamheid of het geneesmiddel om hen te helpen, dan zul je hen eerder te hulp snellen dan hen veroordelen.

Zo moet ook iedere minnaar van de vrede medelijden hebben met wie niet bemint wat u bemint en niet heeft wat u hebt. Wat u bemint is namelijk van dien aard dat u niet jaloers hoeft te zijn op een ander die het samen met u bezit. Wie samen met u de vrede bezit vormt geen bedreiging voor uw bezit.

In dat opzicht bestaat er een groot verschil met het bezit van materiële zaken. Daarin is het moeilijk om niet jaloers te zijn op de bezitter ervan. (…)

Maar bemin de vrede, heb vrede, neem zoveel mensen in uw vrede op als u kunt, en uw vrede zal des te groter zijn naarmate ze met meer mensen wordt gedeeld. Een gewoon huis biedt geen plaats aan vele medebewoners, maar het huis van de vrede groeit naarmate het aantal bewoners groeit.’

De vierde en laatste zondag in de reeks is tevens Vredeszondag.

Twee teksten van Augustinus leveren handreikingen over het werken aan vrede.

Ze hebben in al die eeuwen nog niets aan betekenis verloren. In combinatie met Psalm 133 wordt een richting aangeduid om ons concreet in te zetten voor vrede.

24 september: ZondagMorgenAnders. Thema: Chaos

‘Alleen wanneer we onze grip op het leven geheel kwijt dreigen te raken, alleen in spirituele doodsangst, kan de waarheid door de gebroken geest heen dringen’:W.B. Yeats

We verkennen chaos op deze ZondagMorgenAnders, in onszelf en in de wereld om ons heen en ver weg.

We zoeken naar de zin ervan en hoe ermee om te gaan.

We zoeken naar stilte, naar dat wat in het centrum van de storm te vinden is, van waaruit een weg is om te gaan en van waaruit een nieuwe orde kan ontstaan.

 1 oktober: Lucas 7,11-16: Uit dood tij overvloed van leven

Andere teksten: Daniël 9,14-19,Efeziërs 3,13-21

Wanneer Jezus Naïn nadert wordt een dode de stadspoort uitgedragen: de enige zoon van een weduwe. De moeder is net als Jezus vergezeld van een grote menigte. De meesten van hen zijn gelegenheidsrouwenden, ramptoeristen, die verdwijnen zodra het graf gesloten is. Toekijkers. En dan gebeurt het dat er één is die niet alleen toekijkt, maar ook ziét. Een ‘zien’ dat Jezus tot in zijn diepste innerlijk betrekt bij de getroffen vrouw, mee-lijdend met haar. Mee door haar ‘dood’gaande, geeft hij haar nieuw leven. Door haar zoon terug naar het leven te roepen.

Het valt op dat Lucas hier Jezus voor het eerst Kurios, Heer, noemt. Het is Jezus’ titel als opgestane Heer. Zo legt Lucas een verband tussen de opstanding van Jezus en het opstaan van de jongen en van zijn moeder.

 

8 oktober: Baruch 2,9-15 en Lucas 14,1-11: Haal ons er uit

Vandaag de zondag van de laatste plaats? Het is oktober: de synagoge viert de grote dagen. Daar zit ook het verdriet bij, om de verwoesting van de tempel, om alle andere rampspoed. Baruch weet er van en trekt het zich aan. “We hebben het er naar gemaakt”. Die verootmoediging loopt uit op een onderhandeling met de Eeuwige, geprezen zijn Naam:

“maar God, U kunt het toch niet over uw hart verkrijgen om ons nog kleiner te maken?”

De laagste plaats is wel coram Deo. Vanaf hier kan weer een weg omhoog leiden. Zoals bij die man die aan waterzucht leed.

15 oktober: Ezechiël 34,20-31 en Matteüs 22,34-46

De gestalte van David als personificatie van een type leiderschap naar Gods hart: dat zou een verbindende schakel kunnen zijn tussen de profetenlezing en de evangelielezing. Bij het keurmerk van goed pastoraat en verantwoord leiderschap mag je aan David denken. Alsof alle messiaanse verwachtingen van heden en toekomst in zijn persoon samengebald worden.

22 oktober Efeziërs 4,22-32 en Matteüs 9,1-8

Dat een mens bij tijd en wijle struikelt en valt, daar wordt in de Bijbel niet zo’n punt van gemaakt. Dat hoort bij zijn mens-zijn. De mens is in zijn algemeenheid zwak en afhankelijk, beperkt in zijn mogelijkheden om dingen te verwezenlijken. En om zijn doel te bereiken moet hij geholpen worden. Die hulp komt van God die hem gedenkt. Hoe God de mens te hulp komt die geen kracht heeft om op te staan en zelfstandig voort te gaan, wordt verduidelijkt in het Matteüsevangelie over de verlamde: hij wordt gedragen door zijn vrienden.

29 oktober: Allerheiligen/Allerzielen, Openbaring 7,2-12 en Matteüs 5,1-12a

‘Zeg mij wie uw vrienden zijn en ik zal u zeggen wie gij zijt’, luidt een oud gezegde, en dat lijkt regelrecht van toepassing op het begin van de Bergrede. De vriendenkring van Jezus is een bonte verzameling van ‘stemlozen’ die overigens in de Bijbel meer ‘te zeggen’ hebben dan wie een grote mond en veel macht heeft. Zij worden ‘zijn broeders’ of, nog intiemer, ‘de zijnen’ genoemd. Jezus spreekt zijn rede uit op een berg, een plek waar God nabij is en wij Hem nabij kunnen zijn, waar wij Hem horen en gehoord worden.

Cor Spithoven, (citaten uit ‘De Eerste dag’)

November: Hammarskjöldcyclus

In november staat de volgende cyclus met bijzondere lezingen gepland, ditmaal vier vieringen rondom Dag Hammarskjöld. Hammarskjöld was in de tweede helft van de 20e eeuw een bekende Zweedse diplomaat. Van 1953 tot 1961 was hij secretaris-generaal van de Verenigde Naties; door een vliegtuigongeluk tijdens een vredemissie in het toenmalige Congo kwam hieraan een tragisch einde; de omstandigheden rondom dit ongeluk zijn nooit volledig opgehelderd. Na zijn overlijden werd in zijn woning te New York tot ieders verrassing een dagboek van zijn hand gevonden ‘Merkstenen’, waarin hij zijn mystieke levensweg beschrijft. Spirituele teksten met verwijzingen naar grote mystici uit de christelijke traditie als Meester Eckhardt, Thomas à Kempis en Johannes van het Kruis; maar ook naar bijvoorbeeld de Perzische dichter Rumi, naar Confucius en de Tao Te Ching. In het dagboek was een verzameling gedichten van zijn hand opgenomen in de versvorm van de Japanse haiku. Het dagboek is een grote inspiratiebron geworden voor vele regeringsleiders en politici over de hele wereld. Postuum is aan Hammarskjöld in 1961 de Nobelprijs voor de vrede toegekend.

Tijdens deze cyclus zal aandacht besteed worden aan leven en werk van deze grote diplomaat en diepzinnige denker: een ZMA-viering rondom zijn persoon en drie vieringen waarin teksten van zijn hand centraal zullen staan.

De tekst van de Augustinus cyclus en ‘November’ is aangeleverd door Henk Hortensius, de overige teksten zijn citaten uit ‘De Eerste Dag’, aangeleverd door Cor Spithoven.