Toelichting leesrooster


Hieronder treft u een toelichting aan op het leesrooster zoals dat ook in ‘De Berichten’ is verschenen.

In de Algemene Leden Vergadering is afgesproken dat we voortaan uitgaan van één lezing van het oecumenisch leesrooster. De voorganger en voorbereiders hebben de keus zelf eventueel een bijpassende tweede (bijbel)tekst te kiezen.

 

VIERINGEN ROND HET THOMASEVANGELIE EN IN DE VEERTIGDAGENTIJD

 Toelichting bij lezingen uit het Evangelie van Thomas

 zondagen 5, 12 en 19 februari 2016

Het evangelie van Thomas is een van de zogenaamde apocriefe evangeliën. Dat wil zeggen: het is een geschrift, dat niet is opgenomen in de bijbel, maar wel uit de eerste eeuwen van het christendom stamt. De tekst was in de oude kerk dus wel bekend, maar is daarna lange tijd zoek geweest. Tot in 1945 twee boeren in Nag Hammadi (een plaats in Egypte) op de plek waar ooit een klooster had gestaan een kruik vonden met een aantal geschriften, waaronder een koptische tekst: het evangelie van Thomas. Deze spectaculaire vondst van teksten uit de begintijd van het christendom heeft veel stof doen opwaaien; tot op vandaag zijn geleerden het er niet over eens hoe oud de tekst precies is, waarom deze niet in de officiële bijbel is opgenomen, en of de woorden die daarin aan Jezus worden toegeschreven misschien even ‘echt’ zijn als de woorden die wij kennen uit de evangeliën, die wel in de canon van de bijbel zijn opgenomen. Zeker is dat de opbouw van het evangelie van Thomas geheel anders is dan de andere evangeliën. Hier geen beschrijving van de levensloop van Jezus, maar een verzameling van 114 uitspraken die aan Jezus worden toegeschreven; sommige lijken heel sterk op de bekende bijbelteksten, andere ademen een geheel eigen sfeer.

Op drie achtereenvolgende zondagen lezen we een aantal van deze uitspraken (of logion), op dezelfde manier als wij gewoonlijk teksten uit de bijbel centraal stellen in een viering. We zoeken samen naar wat deze woorden uit de vroeg-christelijke traditie ons te zeggen hebben. Ze zijn gekozen rondom een thema, dat bij de verschillende zondagen wordt toegelicht. We hebben vooral gezocht naar teksten waarin de eigen kleur van dit evangelie goed naar voren komt. We gebruiken de vertaling van Gilles Quispel, met enkele kleine wijzigingen.

Op 26 februari 2016 zal deze serie met een lezing van Bram Moerland worden afgesloten.

Zondag 5 februari 2016

Evangelie van Thomas, logion 1 t/m 3 + 113

Deze eerste serie woorden van Jezus hebben als thema: het Koninkrijk van God. Wanneer zal dat komen? Waar is het te vinden? Wie is er eigenlijk koning en wat houdt dat in?

Zondag 12 februari 2017

Evangelie van Thomas, logion 22, 106, 114

Centraal thema in deze serie woorden is menswording. Wanneer heb je deel aan het Koninkrijk? Wanneer je het denken in tegenstellingen weet te overstijgen en weer gaat leven vanuit de eenheid van alle zijn, als een kind dat gevoed wordt aan de moederborst. Dan ontvang je het leven.

 

Zondag 19 februari 2017

Evangelie van Thomas, logion 24, 50, 77, 108

In deze serie woorden van Jezus gaat het om het licht dat de hele wereld in het licht zet. Dat licht is Jezus zelf, maar er is evenzeer licht in het binnenste van een leerling van Jezus. Want wie de woorden van Jezus echt toch zich neemt wordt als hij. Dat geeft rust en zet tegelijk ook in beweging.

Henk Hortensius

Citaten uit “De eerste dag”

Aangeleverd door Cor Spithoven

1 maart: Aswoensdag: Matteüs 6,1-6.16-21

Andere teksten: Joël 2,12-19, 2 Korintiërs 5,20 – 6,10, Psalm 57

Jezus bekritiseert niet het vasten op zich, maar de wijze waarop gevast wordt en het doel dat daarmee nagestreefd wordt. Het probleem dat hij aansnijdt is dat religieus gedrag, waaronder vasten, gericht kan zijn op mensen en de relatie tot mensen, en niet op God en de verhouding tot de Eeuwige. Dit geldt ook voor ‘goede werken’, die deel uitmaken van een geloofsleven. Ook deze dienen er niet toe om indruk te maken op medemensen. Daarom dienen ze voor hen onzichtbaar te zijn.

5 maart: Eerste zondag veertigdagentijd: Matteüs 4,1-11: Jezus’ beproevingen

Andere teksten: Genesis 2,15 -3,9, Romeinen 5,12-21, Psalm 51, Psalm 32

In de woestijn wordt Jezus, net als de voorvaderen toen en wij nu, beproefd. Zijn roeping is er te zijn voor anderen, te dienen en te geven, brood te delen en te breken met de hongerigen, zichzelf te geven. Hij wijst de verleider af, niet omdat hij de held wil spelen, niet omdat hij zo sterk is, maar omdat hij dienaar wil zijn, knecht van de Eeuwige. Als de tempel ter sprake komt: Jezus zal later naar de tempel gaan. Niet om er te gaan zweven, maar om erop af te gaan, hem te reinigen. Die godsdienst wordt door God aanvaard.

12 maart: Tweede zondag veertigdagentijd: Matteüs 16,1-13: De verheerlijking op de berg

Andere teksten: Exodus 24,12-18, Filippenzen 3,7-14, Psalm 33,12-22

Jezus in gesprek met Mozes en Elia: de exponenten van wet en profeten, en bovendien twee gestalten die aan hun levenseinde niet afdaalden in het graf, maar opklommen om in Gods hand te zijn. Beiden hebben ook geleden aan hun middelaarschap, hun missie om die stralend heldere God daarboven en dat troebel-aardse volk beneden met elkaar verbonden te houden. Drie lijdende Godsknechten, heel even stralend, maar dan volgt de afdaling, de weg waar het in deze Passietijd en in het vervolg van het evangelieverhaal om gaat.

 

19 maart: Derde zondag veertigdagentijd: Johannes 4,1-26(42): Ik weet dat de Messias komt

Andere teksten: Exodus 17,1-17, 1 Korintiërs 10,1-13, Psalm 95. Ontroerend is het dat juist een Samaritaanse vrouw en niet een schriftgeleerde uit Jeruzalem op het heetst van de dag komt zoeken naar levend water. In dit land van de verloren stammen, in dit met tranen doordrenkte gebied waar geen hoop meer is, is een vrouw aan het zoeken naar leven.

Een hele messiaanse wereld openbaart zich in dat dorre Samaritaanse land. Water uit de bron die Jezus wil zijn omdat Hij de spijs eet van de wil van de Vader: de Tora.

26 maart: Vierde zondag veertigdagentijd: Johannes 9, 1-13 (14-25) 26-39: De vreugde van het zien van de Mensenzoon

Andere teksten: 1 Samuël 16,1-13, Efeziërs 5,8-14, Psalm 23

Een blinde man zonder godsdienstige visie, zonder zienswijze, die het altijd moest afleggen tegen de virtuozen, is ziende geworden: hij ziet de Mensenzoon, het levende beeld van de Vader. Wie deze mens niet wil zien omdat hij zich God anders wenst voor te stellen, is blind, terwijl je je ondertussen rijk waant met je Godsvoorstellingen, visies en gezichtpunten. En zo botsen in elke tijd de religieuze visie en het zien van de Mensenzoon op elkaar. Oftewel: de vooringenomen visie en het zien dat je overkomt. Visie, wereldbeschouwing, Godsbeeld maken plaats voor een heel wonderlijk zien dat nooit stolt tot beeld, maar overgaat in levend vertrouwen.

2 april: Vijfde zondag veertigdagentijd: Johannes 11,1-4(5-16)17-44: Om de glorie van de Heer van dood en leven

Andere teksten: Ezechiël 37,1-143, Romeinen 8,8-11, Psalm 130

Volgens het evangelie van Johannes bezoekt Jezus verschillende plaatse om te bewerkstelligen dat ‘de glorie van God’ wordt geloofd en geprezen. Alsof hij wil zeggen laat die glorie niet minder geprezen zijn in Betanië bij Maria en Marta, of in het buitengebied waar hun gestorven broer Lazarus begraven ligt, dan in het heiligdom in Jeruzalem. De ziekte van Lazarus loopt namelijk niet uit op de dood maar op ‘de glorie van God.’ Vlak voor het wegnemen van de steen en de daadwerkelijke opwekking van de dode Lazarus herinnert Jezus nogmaals aan dit verheven doel, wanneer hij tegen Marta zegt: ‘Heb ik je niet gezegd, dat je, als je gelooft, de glorie van God zult zien?’

9 april: Palmzondag: Matteus 21,1-11

Andere teksten: Psalm 118, 1-2.19-29, Filippenzen 2,5-11

Op Palmzondag zwaaien we met palmtakken terwijl we duvels goed weten wat er komt: het ondergaan van lijden en mateloze spot voor dezelfde persoon die hier zo koninklijk wordt ingehaald, zo extatisch wordt toegezongen en toegewuifd. Het is duidelijk dat Matteüs in de intocht de messiaanse vervulling vindt van de missionaire woorden van de profeet Zacharia die hij citeert: ‘Kijk, je koning is in aantocht, hij is zachtmoedig en rijdt op een ezelin en op een veulen, het jong van een lastdier.