Toelichting leesrooster


Hieronder treft u een toelichting aan op het leesrooster zoals dat ook in ‘De Berichten’ is verschenen.

In de Algemene Leden Vergadering is afgesproken dat we voortaan uitgaan van één lezing van het oecumenisch leesrooster. De voorganger en voorbereiders hebben de keus zelf eventueel een bijpassende tweede (bijbel)tekst te kiezen.

 9 april: Palmzondag: Matteus 21,1-11

Andere teksten: Psalm 118, 1-2.19-29, Filippenzen 2,5-11

Op Palmzondag zwaaien we met palmtakken terwijl we duvels goed weten wat er komt: het ondergaan van lijden en mateloze spot voor dezelfde persoon die hier zo koninklijk wordt ingehaald, zo extatisch wordt toegezongen en toegewuifd. Het is duidelijk dat Matteüs in de intocht de messiaanse vervulling vindt van de missionaire woorden van de profeet Zacharia die hij citeert: ‘Kijk, je koning is in aantocht, hij is zachtmoedig en rijdt op een ezelin en op een veulen, het jong van een lastdier.

“Dat koninkrijk van u, weet U wel, wordt dat nog wat?”
(Gerard Reve: in Graf te Blauwhuis)
Pasen in drieën binnen de Werkhofgemeenschap
13 – 14- 15 april 2017

Te midden van aanhoudend onheil, rampspoed en verdriet in onze wereld vieren wij bevrijding uit duisternis, vestiging van gerechtigheid, verbond van mensen. Dat is het verhaal van Joodse Tora en Profeten, van het Evangelie over leven, passie en verrijzenis van Jezus… én van ons zelf. Een verhaal in drieën:

Witte Donderdag: 13 april om 20.00 uur:
De gedachtenis van het Laatste Avondmaal, toen Jezus het aloude Verbond vernieuwde en waarin wij op onze beurt geroepen worden tot gerechtigheid opdat genoemd “koninkrijk” wat worden kan. Want wij zijn het zout der aarde, het licht der wereld (Mt. 5,13-14)
We lezen o.a. uit Exodus 24, 24,3-7 en Mattheus 26,1-35

Goede Vrijdag:  14 april om 20.00 uur:
We vieren compassie: lichtjes en bloemen tegen ongerechtigheid.
We lezen de passie volgens Mattheus 26,36-27,61

Paaswake: 15 april om 21.00 uur:
We zingen door alle dood heen van Licht en Leven
We lezen o.a. het slot van Mattheus 27,62-28,20

Paaszondag 16 april is er geen viering.

Aangeleverd door Henk Kroon

Citaten uit ‘De Eerste Dag’

23 april: Tweede zondag van Pasen: Johannes 20,19-31:  Gemeenschap door de Geest tot dienst bezield.
Andere teksten: Genesis 8,6-16, Psalm 111, Psalm 16, 1 Petrus 1,3-9
Terwijl de leerlingen zich angstig hebben opgesloten, staat Jezus in hun midden.
Hij is het nieuwe middelpunt van hun gemeenschap. Hij komt als verrezene, toont zijn wonden als gekruisigde en verschijnt als HEER. Hij belichaamt de aanwezigheid van God die hun midden ‘staat.’ Bij Johannes is God aanwezig als geïncarneerd Woord in Jezus, als heilige Geest in de gemeenschap die in het elkaar liefhebben Gods aanwezigheid belichaamt.

30 april; Derde zondag van Pasen: Johannes 21,1-14: De verrijzenis: een voortgaande geschiedenis
Andere teksten: Jesaja 43,1-12, Psalm 116,10-19, 1 Petrus 1,17-23
De leerlingen gaan terug naar het begin van hun leven (vissen). ‘Ik ga vissen’, zegt Simon Petrus. Terug naar het vertrouwde, bekende. In ieder geval dat is nog bekend terrein. Een mens heeft behoefte aan houvast. Alsof er niets gebeurd is. Maar de verkondiging over dit alles gaat ook terug, ‘loopt’ met de leerlingen mee. Het begin van het evangelie, ‘op de derde dag’ te Kana (Joh. 2,1) alsook ‘de derde keer’ (‘de dag van de verrijzenis’, 21.14) komt weer in het vizier. Als een voortgaande geschiedenis.

7 mei: Vierde zondag van Pasen: Johannes 10,1-10: Ik ben de deur
Andere teksten: Nehemia 9,6-15, Psalm 23, 1 Petrus 2,19-25
Christenen vormen altijd een diverse gemeenschap. Voor de één is Jezus een deur, voor de ander een herder. Daar zitten verschillende belevingen achter, Als Jezus een deur is, is Hij een weg om te gaan. Dan gaat het niet om zijn persoon, maar om de toegang tot God die hij geopend heeft voor alle volkeren. Als Jezus een goede herder voor je is, is Hij jouw persoonlijk leidsman wiens stem je kent, met wie je een persoonlijke relatie hebt.
Johannes voegt die twee samen in één verhaal. Het is alsof hij wil zeggen: hoe verschillend we ook zijn, laten we in ieder geval in Jezus’ naam bij elkaar blijven.

14 mei: ZondagMorgenAnders: Ouder worden, ouder zijn

21 mei: Vijfde zondag van Pasen:  Johannes 16,16-24: Ik ga heen naar de Vader
Andere teksten: Jesaja 41,17-20, Psalm 34,12-23, 1 Petrus 3,8-18
Om het werkelijke zien van de leerlingen mogelijk te maken, is het nodig dat Jezus ‘heengaat naar de Vader’(16,17). De leerlingen spreken met elkaar over die raadselachtige uitspraak van Jezus. Voor hen kan het aanstaande afscheid niets anders betkenen dan het failliet van de hele tocht die ze met Jezus zijn gegaan. Dood is immers dood, niet waar? Maar juist in dit ‘heengaan naar de Vader’ ligt een sleutel om het Johannesevangelie te begrijpen. Zoals de Zoon van de Vader als diens scheppingswoord is uitgegaan, in de wereld is gekomen om die te behouden (3,16-17), zo betekent de kruisiging zijn verheffing en zijn dood het ingaan in Gods heerlijkheid.

25 mei: Hemelvaart: Lucas 24, 49-53
Andere teksten: Daniël 7,9-10.13-14, Psalm 47, Psalm 93, Efeziërs 1,17-23,
Handelingen 1,1-11, Marcus 16,19-20
Lucas laat de waarheid van Jezus’ opstanding langzaam doordringen tot zijn volgelingen:
Eerst de vrouwen bij het graf, daarna Petrus  vol verwondering, vervolgens de leerlingen op weg naar Emmaüs, waarna hij verschijnt aan alle leerlingen. Hij spoort hen aan in de stad te blijven totdat zij ‘bekleed worden met de kracht van boven.’ Een verwijzing naar het Pinkstergebeuren? Na Jezus’ opdracht in de stad te blijven, voert hij hen zelf de stad uit tot in de buurt van Betanië. Daar vindt zijn hemelvaart plaats als zijn definitieve afscheid. Die ‘kracht van boven’ wordt de bron van ‘grote vreugde’ voor de leerlingen.
Tot dan sprakeloos en passief gebleven, tonen zij nu positieve emoties en activiteit.

28 mei: Zesde zondag van Pasen: Johannes 17,1-13: Wezenzondag
Andere teksten: Ezechiël 39,21-29, Psalm 126, 1 Petrus 4,12-19
Het lange gebed in Johannes 17, vaak aangeduid als het hogepriesterlijk gebed, lijkt wel speciaal voor ‘Wezenzondag’ geschreven. In deze tekst geeft Jezus zich al biddend rekenschap van het feit dat Hij straks niet meer lijfelijk present zal zijn en dat zijn leerlingen in een soort tussentijd zullen verkeren. Ze zullen het in die tijd in geestelijke verbondenheid met God en met Jezus moeten zien uit te houden in een wereld die het hun niet gemakkelijk zal maken. De zondag tussen Hemelvaart en Pinksteren verbeeldt die tussentijd treffend: de hulpeloosheid van de gelovige gemeenschap, het tegenbeeld van de Pinksterbeleving.

Aangeleverd door Cor Spithoven