Toelichting leesrooster


Hieronder treft u een toelichting aan op het leesrooster zoals dat ook in ‘De Berichten’ is verschenen.

In de Algemene Leden Vergadering is afgesproken dat we voortaan uitgaan van één lezing van het oecumenisch leesrooster. De voorganger en voorbereiders hebben de keus zelf eventueel een bijpassende tweede (bijbel)tekst te kiezen.

6 januari: Epifanie (Driekoningen). Jesaja 60,1-6, Psalm 72, Matteüs 2,1-12
Het evangelie over de magiërs uit het oosten is eigenlijk een vermakelijk verhaal. De bange Herodes denkt zijn positie met allerlei maatregelen veilig te stellen, Maar wat is zijn macht waard tegenover het weerloze koningskind in de kribbe? Zijn snode plannen mislukken, omdat de magiërs na hun bezoek langs een andere route naar hun land terugkeren. Wie het kind Jezus ontmoet, wordt een ander mens. In dit kind treedt namelijk God zelf aan het licht. Aldus wordt Jesaja’s visioen, over de volken die afkomen op het licht, vervuld.

13 januari: Jesaja 30,1-11, Psalm 104,1-13, Lucas 3,15-16.21-22
Heel het vol liet zich dopen, en toen ook Jezus was gedoopt…, het staat er bijna achteloos. Terwijl de toeschouwers zich ter plaatse verdringen, gebeurt alles, zo te zien en te horen, alsof er niets aan de hand is. Al het volk wordt gedoopt. Ook Jezus wordt gedoopt. Hij bidt. Alsof God op dit moment gewacht heeft, wordt de hemel geopend. De Heilige Geest daalt neer in de gedaante van een duif. Alles is in scène gezet om God het luik van de hemel open te laten schuiven en God te laten zeggen: Jij bent mijn Zoon, de geliefde, in jou vind ik mijn vreugde. Niet de engelen (Kerstmis) laten het weten. Het lijkt er op dat God volgens Lucas nu zelf te kennen wil geven dat deze ‘Jij’, zijn zet is, zijn meesterzet.

20 januari: Jesaja 62,1-5, Psalm 96, Johannes (1,29)2,1-11
Johannes leert ons aan het eind van zijn evangelie dat hij tekenen heeft opgeschreven opdat wij zullen geloven dat Jezus de gezalfde is, de Zoon van God, en dat we door te geloven leven zullen hebben in zijn naam. In de evangelielezing van deze zondag begint Johannes met het eerste teken: de bruiloft die door moet gaan. Van dit eerste teken vertelt Johannes dat de leerlingen gaan geloven. Het evangelie lijkt het omgekeerde van een roman of een sprookje dat eindigt met een huwelijk en de zin ‘En ze leefden nog lang en gelukkig.’ Hier begint het boek met een huwelijk. Zoals gewoonlijk verstopt Johannes weer van alles in dit verhaal.

Citaten uit ‘de eerste dag’ door Cor Spithoven

Cyclus Dorothee Sölle 27 januari tot 24 februari

Voor een uitgebreidere versie van deze toelichting zie onze Berichten – ook in digitale vorm.
De toelichting op deze cyclus is geschreven door Maria van Kuijen en Charles Steur

Dorothee Nipperdey (Keulen 1929 – Göppingen 2003) werd geboren in een vrijzinnig protestants gezin, waarin kunst en filosofie hoog stonden aangeschreven.
Zij trouwde met Dietrich Sölle, kreeg een zoon en twee dochters en werd kostwinnaar. Tegen haar zin werd het huwelijk in 1964 ontbonden. Met haar tweede echtgenoot, de uitgetreden benedictijner monnik Stefan Steffensky, startte zij in 1968 in Keulen het oecumenische Politiek Avondgebed. In de jaren tachtig en negentig zette zij zich vooral in voor ontwapening en vrede, streed tegen globalisering en armoede, riep op tot zorg voor vluchtelingen en illegalen. In contacten met de Latijns-Amerikaanse bevrijdingstheologen zag ze grote mogelijkheden om christelijke spiritualiteit te verbinden met sociaal activisme.
Haar zoektocht naar een andere taal en een andere manier van omgaan met de wereld en met God oriënteerde haar op de mystiek, die zij opnieuw doordacht en verwoordde.

27 januari De cyclus opent met een Zondag-Morgen-Anders in samenwerking met de bezinningsgroep en wordt verzorgd door Felicia Dekkers. De drie zondagen daarna lezen we passages uit haar werk. Alleen de eerste behoeft een korte toelichting: de vraag waarop zij reflecteert – is God een vrouw? – ontleende zij aan een enquête die in die dagen rondging. Om tot een samenhangend en begrijpelijk geheel van gepaste omvang te komen, slaan we hier en daar korte of langere passages over.

3 februari De vraag ‘Is God een vrouw?’ is verkeerd gesteld. De juiste vraag, die vrouwen en nadenkende mannen tegenwoordig stellen is: ‘Is God een man?’ Denken jullie, beste priesters en schriftgeleerden, dominees en professoren, allemaal sinds tweeduizend jaar mannen, dat jullie ons kunnen vertellen dat God een man is? En daaruit concluderen dat mannen hoger, beter, intelligenter en sterker zijn? God moet beslist meer dan een man zijn, anders is hij God niet. Hij is ook meer dan een vrouw. Hij heeft man en vrouw geschapen, daarom moet hij het allebei in zich hebben, het mannelijke en het vrouwelijke. Ze moet sterk zijn en kunnen liefhebben; ik zeg dat, omdat ik God zowel ‘hij’ als ‘zij’ kan noemen. Ik kan bidden ‘Onze vader en moeder die in de hemelen zijt…’ Als ik alleen ‘hij’ denk, dan is mijn God een beetje te klein uitgevallen… Maar nu serieus, als we over God praten, dan bedoelen we een wereld waarin het rechtvaardig toegaat en waar geen oorlog is. Mannen alleen krijgen dat niet voor elkaar. Daarom is God ook een vrouw.
(Dorothee Sölle, God is meer dan een man, p. 107.)

10 februari Toen ik mijn eerste boek, Plaatsbekleding, schreef, wist ik nog niet hoezeer die poging om God te zien als afhankelijk van ons, als aangewezen op anderen, verankerd is in mijn vrouw-zijn. Feminisme is immers niet een historische beweging die er voor vrouwen meer uit probeert te slepen; feminisme probeert andere waarden en levensvormen tot gelding te brengen dan die welke door het patriarchaat ontwikkeld zijn. Een God die niets anders kan dan superman zijn, beweegt zich op het niveau van de door mannen beheerste cultuur die we tot nu toe gehad hebben. Alwetend, alomtegenwoordig en almachtig wordt die God genoemd, met de attributen die zijn macht, zijn Heer-zijn garanderen. Het Heer-zijn is gebaseerd op de onafhankelijkheid van zo’n God. Hij is er zelfs trots op dat hij van niemand afhankelijk is. ..Bij mijn zoektocht naar een betere manier van spreken over God ben ik steeds meer in de taal van het gebed en van de poëzie terecht gekomen.(Dorothee Sölle, God is meer dan eenman,p.50-51.)

17 februari Mystiek en transformatie staan voor mij in onlosmakelijke samenhang. Zonder economische en ecologische gerechtigheid, ook wel ‘ecojustice’ genoemd, zonder Gods bijzondere voorliefde voor de armen en voor deze planeet, lijkt mij het Godsverlangen, het hartstochtelijke streven naar het één worden, een atomistische illusie. (…) .. Het perspectief van de ecologische catastrofe is de achtergrond waartegen de huidige weg van mystieke reis moet worden gedacht. God loven, en meer nog God missen, leidt tot een ‘in-God-leven,’ dat de traditie de via unitiva heeft genoemd. Het éénworden met dat wat in de schepping bedoeld was, krijgt de vorm van de co-creatio; in God leven betekent deelnemen aan de voortgaande schepping.
(Dorothee Sölle, Mystiek en verzet, pp. 135 en 139-140)

24 februari tot en met 24 maart Citaten uit ‘De Eerste Dag’
24 februari: Genesis 45,1-11, Psalm 37,1-11,39-40, Lucas 6,27-38
“Keer mij om naar U toe, keer ons toe naar elkaar”. Wonderlijk hoe goed de lezingen van deze zondag bij elkaar passen. Allebei zijn ze samen te vatten in één woord, kernbegrip in de joods-christelijke traditie: “ommekeer”. Of zoals opperrabbijn Jonathan Sacks het noemt in zijn boek “Niet in Gods Naam”: “hartsverandering”, de “omkeer” waartoe Johannes de Doper ons oproept. In de evangelielezing van deze zondag toont Jezus ons de weg daarheen.

3 maart: zondagmorgenanders. Thema: Het Koninkrijk Gods
Soms wordt gesproken over een letterlijk Koninkrijk waarvoor steden en grond moet worden veroverd. Soms wordt gesproken over verspreiding van het Koninkrijk door ‘gelovigen’. En soms zegt men dat het een kwestie is van wachten op de Messias. Van het Koninkrijk Gods kan men niet zeggen: “Kijk, hier is het, of daar” (Luc.17:21a). Het is verborgen. Het komt op aarde in mensen die God behagen (Luc.2:14). Jezus zegt: “Het Koninkrijk van God is in u”. Wat wel duidelijk mag zijn is dat het geen plek op deze aarde is, dat je er niet kunt komen door fysiek te reizen zelfs niet als dat door de ruimte is. Als het ‘in ons’ is, is het toch in ons allemaal, niet alleen in ‘gelovigen’. Hooguit zou dat ‘geloven’ een weg kunnen zijn om het Koninkrijk in ons te ervaren. Als het iets in de toekomst is dan bestaat het nu dus eigenlijk niet en lijkt het meer een zoethoudertje, een belofte. Dan moet je zeker wel veel geloof en vertrouwen hebben. Odilia van Doorn

6 maart: Aswoensdag: Amos 5,6-15, Psalm 51, Matteüs 6, 1-6.16-21
Met Aswoensdag beginnen we de Veertigdagentijd. Het programma van deze tijd is eenvoudig: ons afkeren van het kwade om ons toe te keren naar de weg die God ons wijst. Het is zoals de tuinman die de grond bewerkt om in de lente te zaaien: hij verbrandt alle onkruid en verstrooit de as als mest. Het askruisje dat we ontvangen is een teken dat we moeten sterven aan onze oude mens opdat het leven naar Gods bedoeling in ons kan ontkiemen.

10 maart: Eerste zondag Veertigdagentijd: Deuteronomium 5,6-21, Psalm 81, Lucas 4,1-13
Wie actief is in een bepaalde sport, zal dat zelden op eigen houtje doen. Een coach kan je trainen, helpen, begeleiden. De Veertigdagentijd biedt ons gelegenheid ons te oefenen
Om de weg te gaan die Jezus ons wees. Je zou kunnen zeggen dat hij onze coach is. Hij laat op deze zondag zien dat je je kunt wapenen tegen alle mogelijke beproevingen en verleidingen. De duivel probeert Jezus in zijn macht te krijgen, maar hij weerstaat hem door zijn tegenstander steeds te wijzen op wat “geschreven” staat: het woord van God.

17 maart: Tweede zondag Veertigdagentijd: Exodus 34,27-35, Psalm 27,7-14, Lucas 9,28-36
Het is altijd bijzonder als je getuige mag zijn van belangwekkende gebeurtenissen in het leven van andere mensen. Zo word je deel van hun geschiedenis. Dit overkomt vandaag de drie leerlingen van Jezus: Petrus, Johannes en Jakobus. Op een berg zien ze hoe hun
Jezus van gedaante verandert. Stralend zien ze hem. Zo zijn mensen die dichtbij God leven. Ze stralen! De tweede grote geloofsgetuigen uit het Oude Testament, Mozes en Elia, delen in dit stralende goddelijke licht.

24 maart: Derde zondag Veertigdagentijd: Exodus 6,2-8, Psalm 103,1-7, Lucas 13,1-9
Misschien gaat het vandaag wel over kosten en baten en hoe die met elkaar in evenwicht
moeten zijn. De gelijkenis van de vijgenboom uit het evangelie vertelt beeldend over het verlangde evenwicht tussen investering en rendement, maar ook over de noodzaak om te kiezen voor een andere benadering. Al drie jaar lang blijft die boom in een wijngaard zonder vruchten. Wordt het geen tijd om hem nu maar te rooien? De wijngaardenier besluit om hem nog een laatste kans te geven. Hij kiest daarmee voor een andere benadering.

Citaten uit ‘de eerste dag’ door Cor Spithoven