Toelichting leesrooster


Hieronder treft u een toelichting aan op het leesrooster zoals dat ook in ‘De Berichten’ is verschenen.

In de Algemene Leden Vergadering is afgesproken dat we voortaan uitgaan van één lezing van het oecumenisch leesrooster. De voorganger en voorbereiders hebben de keus zelf eventueel een bijpassende tweede (bijbel)tekst te kiezen.

12 september: Jesaja 45,2-25, Psalm 116,1-9, Marcus 9,14-29
In het evangelie gaat het over een zoon die door een geest bezeten is. Wie is deze zoon? Om daar een vermoeden van te krijgen moeten we weten dat, zo schrijft Egbert Rooze, Marcus zich, in verband met de vervolging, gedwongen zag zijn evangelie in subversieve geheimtaal te schrijven. De zoon zou het volk Israël zijn dat er politiek-maatschappelijk aan toe was als deze zoon. De boze geest staat voor de Romeinen. Hij – die boze geest – werpt die zoon in vuur en water. De pastorale boodschap is: sta op uit de doden! Vat moed! Verjaag de leugengeest van moedeloosheid en verslagenheid.

19 september: Deuteronomium 13,2-6, Psalm 139,13-24, Marcus 9,30-37
Valsheid in woord en geschrift is zo oud als de mensheid, blijkbaar ook onder profeten. Fake news is niets nieuws. Wie en wat deugt en wat niet ? Lastige vraag.
De narigheid met profeten is: hoe weet je of ze deugen, of ze zijn wat en wie ze zeggen te zijn? Iedereen kan wel zeggen dat – ie namens God spreekt, of door God gestuurd is, of desnoods God zelf is. De schrijver van Deuteronomium waren zich daar kennelijk scherp van bewust.

26 september: Numeri 11,24-29, Psalm 19,8-15, Marcus 9,38-50
“Profeteerde iedereen maar!” Deze verzuchting van Mozes getuigt van een groot vertrouwen in de Geest van de Eeuwige. Die kan best vaardig worden over iedereen. De Messias Jezus staat in die traditie. Ook hij weerhoudt medegenezers niet van hun heilzame werk. Als kinderen tot hem mogen komen, ja, centraal staan in de onderlinge band tussen Vader en Zoon, dan ook allen die boze geesten uitdrijven. Er worden veel werknemers gezocht in het Koninkrijk van God. Werp je daarvoor een barricade op? Gooi hem omver, hak hem af.

3 – 24 oktober: Cyclus “Vrouwen in de evangeliën”

3 oktober: ZondagMorgenAnders: Maria Magdalena. Thema: De taal van het hart
In de herfst is de zomer op de aftocht. Het is de tijd van de overgang. Het is een periode van afstand nemen, je in jezelf terugtrekken. Een terugtocht is geen vlucht. Je beweegt naar achteren, maar blijft het leven aankijken. Een goede vechter gaat liever een meter achteruit dan een centimeter onbezonnen aanvallen. De aftocht is geen teken van zwakte maar van Kracht. Het vraagt beheersing en bewustzijn voor dat wat is. Je bewust zijn van dat wat IS.
Dat is ook wat Maria Magdalena ons leerde in haar prachtige evangelie. Wat zou de geschiedenis gezegd hebben als Maria Magdalena een man was geweest? Zouden haar kennis, wijsheid en inzicht ons dan op een andere manier voor ogen staan? Wat weten wij van Maria Magdalena en alles waar zij voor staat? Wordt zij door ons gekend en erkend?

Het lot van de belangrijkste leerling van Jezus van Nazareth werd het lot van alle vrouwen.
Hoe deed Maria Magdalena dat? Was zij slachtoffer of juist niet? Hoe heeft zij dit verduurd?
Is dit specifiek voor vrouwen of kennen ook mannen deze strijd? Gaat het over de zachte, mystieke krachten van de hele mensheid, die wordt ontkend? De taal van het hart? Het innerlijk weten, dat het te vaak moet afleggen tegen de brullende tirannie van de ratio? Ik DENK dus ik BEN. En hoe is het dan met: Ik VOEL dus ik BEN?
Je ziet, vragen te over. In de reinigende krachten van de herfst onderzoeken wij het verhaal van Maria Magdalena en het verhaal van herleving van de innerlijke krachten van de mens. Het innerlijk weten.

10 oktober: De moeder van Jezus
Johannes 2,1-11. We zijn te gast op een oosterse bruiloft. Ik houd van dit verhaal, stel mij voor hoe daar buiten wordt gefeest, familie en vrienden zijn uitgenodigd. Het is warm, er wordt gedanst, gezongen en gedronken. De moeder van Jezus speelt een cruciale rol in dit openingsverhaal van het Johannes evangelie. Zij ziet op tijd dat de wijn op raakt, dan zal het feest vroegtijdig afgelopen zijn. Een domper op de bruiloft. Als een bezorgde moeder waarschuwt zij haar zoon. De reactie van Jezus vind ik niet erg sympathiek: Vrouw, wat heb ik met u te maken? Die paar woorden scheppen grote afstand. Nadrukkelijk wordt Jezus hier geïntroduceerd als leider en niet als de zoon ván. Maria volgt haar zoon. Die dubbelheid van bloedverwantschap en geestverwantschap zal een steeds grotere rol spelen in de boodschap van Jezus. (Marcus 10: 28- 31). Verlaat je vader en moeder, pas dan kun je leven in het spoor van Jezus.
Wat betekent dat voor ons eigen leven? 

17 oktober: Dochter van Jephta (Rechters 11,29-40), Herodias en haar dochter (Marcus 6,14-29) Vrouwen in de zijlijn van ‘his’story
De vrouwen die vandaag in beeld komen zijn deel van een patriarchale maatschappij. Eén vrouw wordt met name genoemd. De andere twee blijven naamloos. De verbindende factor in de verhalen is een man die een ondoordachte eed doet en daar later veel spijt van krijgt. Een dikwijls terugkerend thema. Op de achtergrond spelen grote vragen over integriteit en over gehouden zijn aan een gelofte of eed. Herodias en haar dochter worden genoemd omdat Herodes ervan overtuigd is dat Jezus de verrezen Johannes de Doper is. Kennelijk heeft hij last van zijn geweten. En dan volgt het gruwelijke verhaal over de onthoofding en de rol van Herodias, via haar dochter. Al wordt haar naam in de bijbel niet genoemd, in de traditie en de kunst heet ze Salome. Wat zou die traditie ons misschien kunnen zeggen?

We hopen dat we de naamloze dochter van Jephta, en de naamloze dochter van Herodias, uit de zijlijn naar voren halen en zicht krijgen op ‘her’story. Of dat ook een heilsgeschiedenis is?

24 oktober: Maria en Martha (Romeinen 12,3-8, Lucas 10,38-42) Beiden zijn noodzakelijk
Naast de herontdekking van Marta, ten onrechte in een kwaad daglicht gesteld, is ook een tweede stap in de interpretatie noodzakelijk. Deze stap is vandaag voor vrouwen en mannen van groot belang: we moeten niet kiezen tussen contemplatie en actie. We moeten de wereld niet opdelen in doeners en dromers, in de zachte, luisterende, zich overgevende Maria aan de ene kanten de pragmatische, actieve Marta aan de andere kant. We hebben beiden nodig. Maria en Marta, wij zijn inderdaad deze beide zusters.
(D. Sölle)

CITATEN UIT “DE EERSTE DAG”
31 oktober: Allerheiligen / Allerzielen : Openbaring 7,2-4.9-17, Psalm 138, Matteüs 5,1-12 Rond de troon van het Lam dat dood was en leeft, zingt een menigte die niemand tellen kan een rebels lied. Het hele volk van God moet en zal worden gered: heel Israël en met Israël ook een onafzienbare menigte. De mensen die altijd en overal bij ons zijn, maar nooit in tel, zingen bevrijd voor het Lam: “de redding komt van onze God die op de troon zit en van het Lam!”- en niet van de heren en de goden van de aarde, Jezus heeft hun dat geleerd. Hij zag hen wél, hun leven en hun nood. Nu delen zij in zijn overwinning.

7 november: Leviticus 19,1-2.9-18, Psalm 146, Marcus 12,28-34 Jezus geeft in het evangelie een dubbel liefdegebod als het meeste wezenlijke van al wat er aan geboden bestaat: God liefhebben, je naaste liefhebben. Verticaal en horizontaal. Mystiek en moraal. De spannende vraag is: bestaat er een rangorde tussen die twee geboden? Jezus noemt ze “het eerste” en “het tweede”. Volgens een aantal handschriften zegt Hij bij het tweede dat het aan het eerste gelijk is. Dat geeft op zijn minst aan dat het in de vroege kerk een discussiepunt is geweest hoe die twee geboden zich tot elkaar verhouden. De Nieuwe Bijbelvertaling (NBV) maakt een bewuste keuze door te spreken van “het voornaamste” en “het op één na belangrijkste” Hoe het ook zij: een geloofsgemeenschap met een combinatie van dromers en doeners, van bidders en bikkels, is een gezegende plek.

14 november: bezinningsochtend: “Voorbij het virus” : zie onder “BEZINNING”

21 november: Sefanja 1,14-2,3, Psalm 93, Openbaring, 1,1-8, Marcus 13,14-27 Het gedeelte uit het Marcusevangelie vormt een onderdeel van een grotere redevoering van Jezus met als thema “waarheid en misleiding”. De waarheid si niet aangenaam: oorlog en oorlogsdreiging, conflicten tussen volkeren, aardbevingen en hongersnoden. De getuigen van het goede nieuws zelf zullen voor het gerecht gedaagd worden. Dient het feit dat Marcus zich in 13,14 als auteur rechtstreeks tot zijn toehoorders richt met de opmerking: “begrijpt dit goed” als bewijs dat Jezus’ voorspellingen uitkomen. Gaat dit terig op de gezamenlijke ervaring van de verwoesting van de tempel in het jaar 70? Wat kan anders nog onderstrepen dat Jezus’ woord, in tegenstelling tot dat van valse messiassen en profeten, geen misleiding is?