Toelichting leesrooster


Hieronder treft u een toelichting aan op het leesrooster zoals dat ook in ‘De Berichten’ is verschenen.

In de Algemene Leden Vergadering is afgesproken dat we voortaan uitgaan van één lezing van het oecumenisch leesrooster. De voorganger en voorbereiders hebben de keus zelf eventueel een bijpassende tweede (bijbel)tekst te kiezen.

CITATEN UIT “DE EERSTE DAG”
31 oktober: Allerheiligen / Allerzielen : Openbaring 7,2-4.9-17, Psalm 138, Matteüs 5,1-12 Rond de troon van het Lam dat dood was en leeft, zingt een menigte die niemand tellen kan een rebels lied. Het hele volk van God moet en zal worden gered: heel Israël en met Israël ook een onafzienbare menigte. De mensen die altijd en overal bij ons zijn, maar nooit in tel, zingen bevrijd voor het Lam: “de redding komt van onze God die op de troon zit en van het Lam!”- en niet van de heren en de goden van de aarde, Jezus heeft hun dat geleerd. Hij zag hen wél, hun leven en hun nood. Nu delen zij in zijn overwinning.

7 november: Leviticus 19,1-2.9-18, Psalm 146, Marcus 12,28-34 Jezus geeft in het evangelie een dubbel liefdegebod als het meeste wezenlijke van al wat er aan geboden bestaat: God liefhebben, je naaste liefhebben. Verticaal en horizontaal. Mystiek en moraal. De spannende vraag is: bestaat er een rangorde tussen die twee geboden? Jezus noemt ze “het eerste” en “het tweede”. Volgens een aantal handschriften zegt Hij bij het tweede dat het aan het eerste gelijk is. Dat geeft op zijn minst aan dat het in de vroege kerk een discussiepunt is geweest hoe die twee geboden zich tot elkaar verhouden. De Nieuwe Bijbelvertaling (NBV) maakt een bewuste keuze door te spreken van “het voornaamste” en “het op één na belangrijkste” Hoe het ook zij: een geloofsgemeenschap met een combinatie van dromers en doeners, van bidders en bikkels, is een gezegende plek.

14 november: bezinningsochtend: “Voorbij het virus” : zie onder “BEZINNING”

21 november: Sefanja 1,14-2,3, Psalm 93, Openbaring, 1,1-8, Marcus 13,14-27 Het gedeelte uit het Marcusevangelie vormt een onderdeel van een grotere redevoering van Jezus met als thema “waarheid en misleiding”. De waarheid si niet aangenaam: oorlog en oorlogsdreiging, conflicten tussen volkeren, aardbevingen en hongersnoden. De getuigen van het goede nieuws zelf zullen voor het gerecht gedaagd worden. Dient het feit dat Marcus zich in 13,14 als auteur rechtstreeks tot zijn toehoorders richt met de opmerking: “begrijpt dit goed” als bewijs dat Jezus’ voorspellingen uitkomen. Gaat dit terig op de gezamenlijke ervaring van de verwoesting van de tempel in het jaar 70? Wat kan anders nog onderstrepen dat Jezus’ woord, in tegenstelling tot dat van valse messiassen en profeten, geen misleiding is?

28 november: Eerste zondag van de Advent. Zacharia 14,4-9, Psalm 50, 1-6, Lucas 21,25-31.
Op deze eerste zondag van de Advent begint het grote verwachten: bergen zullen instorten, en het ritme van dag en nacht zal doorbroken worden, voor de Mensenzoon zal de weg vrijgemaakt worden. De theofanie zal met ongekende natuurverschijnselen gepaard gaan.
Behalve de aangekondigde verwoestingen schetst Jezus, net als Zacharia ook een hoopvol perspectief. De zomer is in aantocht. Net als het uitlopen van de vijgenboom is de verwoesting een teken van de naderende verlossing.

5 december : Tweede zondag van de Advent. Maleachi 3,1-4, Psalm 126, Lucas 3,1-6.
De teksten voor vandaag zijn rijk aan beeldende taal: het effenen van de weg, het zuiverende werk van de wolwasser, de smid en de smelter, zaaien en oogsten. Het lijkt allemaal te gaan om processen die moeizaam verlopen, die geduld en inzet vragen of die pijnlijk zijn als je er doorheen moet, maar die uiteindelijk leiden tot vervulling, schoonheid en vreugde

12 december: Derde zondag van de Advent. Sefanja 3,14-20 , Psalm 85, Lucas 3,7-18.
Er zijn veel manieren waarop je een goede boodschap kunt brengen. “Op deze en andere wijze” verkondigde Johannes de Doper het goede nieuws, zegt Lucas 3,18. “Deze wijze”, dat is door mensen aan te spreken als addergebroed, te zwaaien met de spreekwoordelijke bijl en te dreigen met onblusbaar vuur. Ook met een donderpreek kun je blijkbaar het evangelie verkondigen. De mensen liepen er volgens het verhaal massaal voor uit.

19 december: Vierde zondag van Advent. Micha 5,1 – 4a(6), Psalm 80,1-8, Lucas 1,39-45.
Lucas vertelt de geboorte van Jezus als een parallel verhaal met de geboorte van Johannes. Het gaat om wonderlijke geboorte, waarbij de zwangerschap niet verwacht was, omdat de ene vrouw als onvruchtbaar bekend stond en de andere niet seksueel actief was. Beide zwangerschappen worden aangekondigd door een engel, waarbij de toekomstige vader Zacharias met stomheid wordt geslagen omwille van zijn ongeloof, maar de toekomstige moeder Maria geprezen wordt om haar vertrouwen dat Gods woorden werkelijkheid zouden worden.

24 december: Kerstmis. Keuze uit: Jesaja 8,23b – 9,7, Jesaja 52,7-10.Psalm 96, Psalm 98, Titus 2,11-14, Hebreeën 1,1-12, Lucas 2, 1-20, Johannes 1,1-14(-18).

Het verhaal van Jezus’ geboorte kan op het eerste gezicht simpel lijken. Het verhaal van de geboorte van een kind dat in moeilijke omstandigheden ter wereld komt, bezocht door arme herders en toegezongen door engelen. Een verhaal van vrede op aarde en mensen van Gods welbehangen. Er valt echter veel meer te ontwaren dan wat er op het eerste gezicht te zien is. Het is een verhaal vol contrasten, licht en donker, keizer en kind, herders en hemelmacht, stad en land, stille contemplatie en klinkende verkondiging. Lucas speelt met een breed palet aan woorden en beelden dat in alle toonaarden verwijst naar het licht dat hier van Godswege doorbreekt.

26 december: Stefanus. Handelingen 6,8. 7,2a.52-60, Psalm 31,1-9, Matteüs 23,34-39.
Heftige lezingen dit keer. Ze laten zien hoe in alle tijden zaken misgaan. In die zin gaat het ook over onze tijd, over ons. Afgodendienst is nooit verdwenen. Tempels van machtsconcentraties, van hebzucht en louche praktijken staan overal. Hun bestaan wordt verdedigd met een slim “ja maar” door valse profeten. En degenen die hen aanklaagden worden verbannen of gedood. Wie zijn in onze tijd ware profeten en hoe wordt op hen gereageerd?

2 januari: Epifanie (Driekoningen)
Jesaja 60,1-6, Efeziërs 3,1-12, Psalm 72, Matteüs 2,1-12.
De Eeuwige ingebroken in de tijd, de Allerhoogste afgedaald om zich te laten ontmoeten, God in de wereld, Meer dan woorden lenen zich beelden en metaforen om Epifanie te vertellen. In de schatkist van de traditie dient zich de lichtmetafoor aan en het beeld van de intocht van koning JHWH in Jeruzalem, luister en majesteit. Want Epifanie is voor het oog. Niet beeldloos geloven. Zien. En al ziende getuige worden.

9 januari: Jesaja 40,1-11, Psalm 104,1-13, Lucas 3,15-16.21-22.
De Heer die in de profetie van Jesaja wordt verwacht en wiens weg moet worden bereid, wordt in het evangelie de Messias, gezalfde, genoemd. De messiaanse trekken van die figuur die in het evangelie in Jezus worden herkend, komen niet uit de lucht vallen. Ze zijn af te leiden uit de wijze waarop de profeet Jesaja over de omkering spreekt. In de woestijn zullen de hoogten worden verlaagd en de dalen verhoogd. “Priesters” moeten Jeruzalem haar omkering verkondigen. Deze oproep is een vreugdeboodschap, een “evangelie”.

16 januari: Jesaja 62,1-5, Psalm 96, 1 Korintiërs 12,1-11, Johannes 2,1-11.
In Kana treedt Jezus voor het eerst in het openbaar op. Hij doet zijn “eerste wonderteken” en laat zo zijn grootheid zien. Hij zorgt dat het feest kan doorgaan, royaal. In het Johannesevangelie begint het met feest. Het zal ook uitlopen op “leven”, als een feest. Beginnen met een feest: Jezus heeft het geleerd in de Joodse gemeenschap. De net geschapen mensen krijgen op de zevende dag van de week, de eerste dag van hun leven, een feestdag: de sabbat. Geen arbeid, genieten van goed eten en goede wijn, dank en zegen aan de Eeuwige.

23 januari: Jesaja 61,1-9, Psalm 145,13-21, Lucas 4,14-21
De liturgie, en heel het christelijke leven, is een zich laten aanraken door de woorden van Jezus. Maar dat is niet het eindpunt. Wij heten christen “omdat wij deel hebben aan zijn zalving (Heidelbergse Catechismus). Zijn missie wordt ook de onze. Goed nieuws brengen, bevrijding, nieuw zicht: dat wordt onze roeping. Lees bij de tekst bij “mij” aan “jezelf.” “De Geest van de Eeuwige rust op mij, want Hij heeft mij gezalfd”. Het is geen blasfemie of aanmatiging om deze woorden op jezelf te betrekken! Het is de vervulling van wat Jezus zegt: “Ik in u en gij in mij”.