Toelichting leesrooster


Hieronder treft u een toelichting aan op het leesrooster zoals dat ook in ‘De Berichten’ is verschenen.

30 oktober: Allerheiligen / Allerzielen Openbaring 7,2-4.9-17, Psalm 138, Matteüs 5,1-7
Rond de troon van het Lam dat dood was en leeft, zingt een menigte die niemand tellen kan een rebels lied. Het hele volk van God moet en zal worden gered: heel Israël en met Israël ook een onafzienbare menigte. De mensen die altijd en overal bij ons zijn, maar nooit in tel,
zingen bevrijd voor het Lam: “de redding komt van onze God die op de troon zit en van het Lam!”- en niet van de heren en de goden van de aarde, Jezus heeft hun dat geleerd. Hij zag hen wél, hun leven en hun nood. Nu delen zij in zijn overwinning.

6 november: Meditatieve bijeenkomst

13 november: bezinningsochtend: zie onder BEZINNING

20 november: Een kring rond Schrift en Tafel Maleachi 3,19-24, Psalm 46, Lucas 21,5-19
We horen waarschuwende woorden over de komende “dag des Heren”. Allereerst is dat van de profeet Maleachi. Harde oordelen treffen allen die zich verstrikken in het kwaad. Maar bemoedigend spreekt de profeet over wie uitzien naar God. In dat kader komen ook de woorden van Jezus op ons af over de verschrikkingen die de toekomst brengt, toegaande op het koninkrijk van God. Maar in al die verwarrende en bedreigende omstandigheden wordt er wel een koers uitgezet. Standvastigheid is uiteindelijk levensreddend.

27 november: Eerste zondag van de Advent: Jesaja 2,1-5, Psalm 122, Matteüs 24,32-44
Er is een groot verschil in toonzetting van de lezingen. Eerst trilt de lucht van blijde verwachting. Een vredesvisioen. Dan klinkt het evangelie, en dat lijkt veel minder “goede boodschap”. Weliswaar begint het met een uitbottende vijgenboom en de naderende zomer, maar dan wordt de boom omineus, Waakzaamheid is geboden. De Mensenzoon komt als een dief in de nacht. Jesaja 2 verdwijnt achter donkere wolken die een nieuwe zondvloed lijken aan te kondigen – of iets ergers.
Hoe verschillend de lezingen ook zijn, ze horen bijeen. De verwachting van een kosmische wedergeboorte verbindt ze aan elkaar.

4 december: zondagmorgenretraite: Hoe leef jij jouw vragen?
Met deze bijeenkomsten willen we ruimte geven voor jouw zoektocht naar de bron in jouw leven. We laten ons inspireren door diverse spirituele tradities. Luisteren naar wat er van binnen is, ademen in de muziek en samen zingen. In alle toonaarden van de ziel, soms
ingetogen, ontroerd dan weer uitbundig. We stemmen af in stilte, delen een tekst, die we weer herhalen; afgewisseld met muziek. De herhaling kan ons helpen dieper te landen in onszelf. In de tweede helft van de viering kun je een (gebeds-) intentie delen door het aansteken van een lichtje. Als afsluiting geven we elkaar nieuwe moed mee voor onderweg.

11 december: Derde zondag van de Advent: Jesaja 35, 1-10, Psalm 146, Matteüs 11,2-11
Er is iets vreemd aan de hand met de interpratatie van Matteüs 11. Voor moderne lezers ligt het voor de hand dat Johannes in zijn cel aan het twijfelen is geslagen. Eeerst kondigt hij een krachtige Messias aan die orde op zaken stelt. Dan komt de zachtmoedige Jezus. Het kwaad blijft hardnekkig bestaan, dat bewijst Johannes’ eigen gevangenschap en spoedige onthoofding wel. Het wordt Joahnnes teveel en hij laat zijn twijfelende vraag middels zijn leerlingen aan Jezus stellen. De toepassing laat zich raden. Als Johannes de Doper al twijfelde., mogen wij dat zeker ook.

18 december: Vierde zondag van de Advent: Jesaja, 7,10-17, Psalm 24, Matteüs 1,18-25
Jozef krijgt in een droom de opdracht het kind dat geboren zal worden de naam Jezus te geven. Die naam kan maar één ding betekenen: “de Heer brengt bevrijding”. Dat is de bestemming van het kind. In die naam Jezus ligt besloten wat Hij in zijn latere leven zal doen en zó zullen wij Hem leren kennen, als de belichaming van dit geloof. Het is de roeping van Jezus, doel en zin van zijn leven: de verkondiging van de vergeving van de zonden, de bevrijding uit de macht van de boze.

24 december: Kerstmis: Jesaja 8, 23b- 9,7, Psalm 96, Titus,2,11-14, Lucas 2,1-20
“In blijde verwachting”: die woorden maken duidelijk dat het uitzien naar de geboorte van een kind vreugde teweegbrengt. Het gaat om een blijde tijding: nieuw leven dient zich aan. Dat mag bekendgemaakt worden!. Maar veelal gaat het hierbij ook om een wending in het leven van mensen. Vanaf nu is alles anders. Dat besef vraagt om aandacht en om overdenking. Ingrijpende veranderingen gaan zich voltrekken.
De vreugde is een van de verbindende schakels tussen de lezing uit Jesaja, en die uit Lucas, en ook hier markeert de vreugde een gebeurtenis van doorslaggevende betekenis. Jesaja profeteert dat Israël bevrijding zal ervaren., en Lucas vertelt dat in de stad van David een redder geboren is.

8 januari: Epifanie: Jesaja 60,1-6, Psalm 22, Matteüs,1-12
In de geschiedenis van de kerk werd de komst van Christus aanvankelijk vooral herdacht in het feest van Epifanie. De “verschijning van de Heer” legt niet zozeer de nadruk op de geboorte van een goddelijk kind maar op het zichtbaar worden van Gods licht in Christus. Met Epifanie is dan ook onverbrekelijk het verhaal verbonden van de ster en de wijzen uit het Oosten. Over heel de wereld straalde richtingwijzend licht.

15 januari: Jesaja 62,1-5, Psalm 96, Johannes 2,1-11
Jesaja roept vol vertrouwen een toekomst op waarin het land door God ten huwelijk is genomen en God zich verheugt over zijn bruid. Waarin een einde komt aan de troosteloze verlatenheid waarin het volk verkeert na de ballingschap, en de hele wereld haar gerechtigheid naar alle kanten uit ziet stralen. Wanneer Jezus aan het begin van het evangelie van Johannes ter bruiloft gaat, klinkt daar het beeld van bruiloft en huwelijk in de geschiedenis van de Schriften door.

22 januari: Jesaja, 49,1-7, Psalm 139, 1-12, Matteüs 4, 12-22
Bij de roeping van de eerste leerlingen gaat het in de context ervan steeds weer om sociale en economische rechtvaardigheid tussen mensen onderling. Anders gezegd: het draait bij Matteüs om de verhoudingen tussen mensen, meer nog dan tussen de mens en de Eeuwige. Het gaat steeds weer om gerechtigheid die gedaan moet worden opdat mensen kunnen leven. Zo ook bij Jesaja, die spreekt over het einde van de ballingschap.

29 januari: Sefanja 2,3; 4,9-13, Psalm 37,1-11, Matteüs 5,1-12
Al vroeg in de kerk is de betekenis van het leven op aarde verschoven naar de zaligheid in de hemel na dit leven, en zijn de zaligsprekingen geworden tot een uitgestelde troost voor wie hier en nu een moeitevol leven hebben. Met uitzicht op de zaligheid na dit leven blijven hun geduld en hoop levend, soms met het oog op het nabije einde van de wereld. Vanuit de traditie zijn ze voor velen een oproep tot perfect discipelschap en voor anderen een manifest voor Jezus’ programma voor wie niet tot de gerespecteerde standen behoort en onder wie we zijn eerste volgelingen vinden.