Toelichting leesrooster


Hieronder treft u een toelichting aan op het leesrooster zoals dat ook in ‘De Berichten’ is verschenen.

In de Algemene Leden Vergadering is afgesproken dat we voortaan uitgaan van één lezing van het oecumenisch leesrooster. De voorganger en voorbereiders hebben de keus zelf eventueel een bijpassende tweede (bijbel)tekst te kiezen.

De vieringen worden van te voren opgenomen en verspreid onder de leden cq beschikbaar op deze site om te luisteren. 
 

17 mei: Zesde zondag van Pasen
Jesaja 41,17-20, Psalm34,12-23, Johannes 16,16-24

Om het werkelijke zien van de leerlingen mogelijk te maken, is het nodig dat Jezus “heengaat naar de Vader”. Voor de leerlingen is dat een raadselachtige uitspraak van Jezus. Voor hen kan het aanstaande afscheid niets anders betekenen dan het failliet van de hele tocht die ze met hem zijn gegaan. Dood is immers dood, nietwaar? Maar juist in dit “heengaan naar de Vader” ligt een sleutel om het Johannesevangelie te begrijpen. De kruisiging betekent Jezus’ verheffing, en zijn dood het ingaan in Gods heerlijkheid.

21 mei: Hemelvaart
Daniël 7,9-10.13-14, Psalm 47, Lucas 24,49-53

Lucas vertelt bijna en passant over Jezus’ hemelvaart. Ook de leerlingen lijken niet erg onder de indruk, want ze keren met grote blijdschap naar Jeruzalem terug en blijven voortdurend in de tempel God loven. Met de verhalen over het lege graf en de aanwezigheid van de verrezen Heer te midden van zijn leerlingen, lijken afscheid en hemelvaart te functioneren als kleine details en bijna vanzelfsprekende onderdelen van de happy ending van het evangelie, na het passieverhaal met het tragische lijden en sterven van Jezus.

24 mei: Zevende zondag van Pasen
Ezechiël 39,21-29, Psalm 126, Johannes 17,1-13

Het is alsof Jezus, in gebedsvorm, in een rechtstreekse communicatie met de Vader een soort overzicht van zijn leven, van zijn levenstaak, onder woorden brengt. Hij geeft aan wat zijn werk is geweest: de naam van zijn Vader bekend maken en de woorden van zijn Vader die hijzelf ontvangen heeft, doorgeven aan hen, “de mensen die U mij uit de wereld gegeven hebt”. Dat heeft hij gedaan. Missie voltooid. En hij bidt voor hen. Dat ze behouden mogen blijven in deze wereld.

31 mei: Pinksteren
Handelingen 2,1-24, Psalm 104,25-35, Johannes 14-23-29
Pinksteren (Grieks: pentekosta=vijftig) heeft relatie met het Joodse Wekenfeest, dat vijftig dagen na de uittocht wordt gevierd en herinnering is aan het geschenk van de Tien Woorden aan Israël. Exodus 24 vertelt in detail over deze grootse gebeurtenis, waarin de Eeuwige met zijn bevrijdend Woord zich verbindt met zijn volk. De komst van de heilige Geest waarvan Handelingen 2 vertelt, ontleent onmiskenbaar beelden aan dat oude verhaal van Israël.
Samen met de woorden uit het Johannesevangelie, de uitnodiging zich aan de geboden te houden, liggen hier de wortels die voor de kerk inspirerend waren het Pinksterfeest tot “zendingseest” te maken.
 
7 juni: ZondagMorgenAnders: Ontmantelen
 
14 juni: Jesaja 12,1-6, Psalm 100, Matteüs 9,35- 10,15
Dat het koninkrijk van de hemel nabij is, is niet alleen te horen, het is te zien en te ervaren. Zieken worden genezen, doden opgewekt, mensen die aan huidvraat lijden worden rein gemaakt en demonen uitgedreven. Niet alleen door Jezus, maar nu ook door zijn leerlingen. Zij worden “apostelen”. Van leerlingen groeien ze uit naar leiders die zelf op weg gaan, met dezelfde opdracht en autoriteit als Jezus. Om het Koninkrijk te verkondigen en heil en genezing te bieden, overal waar ze komen. De horizon van het Koninkrijk verwijdt zich, en zal zich blijven verwijden.
 
21 juni: Jeremia 20.7-13, Psalm 69, 14-29, Matteüs 10,16-33
De eerste lezing tekent de profeet Jeremia: een tragisch figuur, bespot, gehoond, mishandeld vanwege Gods woord dat hij spreekt. En toch, hij kan niet van Hem loskomen. God is als een vuur in zijn binnenste. Hij vertrouwt op God als zijn rechter aan wie hij zijn zaak kan voorleggen. Jezus waarschuwt zijn leerlingen als ze op missietocht gaan, Ze zullen gevaar lopen, bedreigd worden, gemarteld, maar ze hoeven niet bang te zijn. Gods Geest zal hun bijstaan. Het is een bemoediging die voor ons in het vrije Westen natuurlijk heel anders klinkt dan voor christenen die werkelijk om hun geloof vervolgd worden, Niettemin blijft de vraag: wat is het geloof ons waard? Durven wij kleur te bekennen?
 
28 juni: Jeremia 29,1.4-14, Psalm 89,10-19, Matteüs 10,34-42
De zondag van “Denk niet dat…””. De zondag van het schokkende conflict, het onveilige huis,, het verloren leven. Soms is zulk schokken nodig om daarna weer des te meer die eenvoudige beker koud water naar waarde te kunnen schatten. De lezing uit Jeremia opent daarin perspectief. Je kunt denken aan de interculturele kerken in ons midden: veel christenen uit Eritrea, Nigeria, Irak, Nepal en verder. Zij zoeken inderdaad de vrede voor het land waar ze nu wonen. En ze vragen zich af of ze hun eigen tradities en taal kunnen handhaven, of langzaam, moeten overstappen. Wat moeten ze verliezen om het geloof te behouden? Maar voor ons ligt die vraag natuurlijk ook in elke liturgie te wachten: welke taal, muzikale vorm, hoge of lage liturgische stijl, getuigt blijvend van de beker koud water waar Jezus over spreekt.
 
5 juli: Zacharia, 9, 9-12, Psalm 145,1-12, Matteüs 11,25-30
“Kom naar mij, jullie die vermoeid zijn en onder lasten gebukt gaan, dan zal ik jullie rust geven. Neem mijn juk op je en leer van mij, want ik ben zachtmoedig en nederig van hart. Dan zullen jullie werkelijk rust vinden, want mijn juk is zacht en mijn last is licht”. Deze woorden raken het verlangen van mensen van alle tijden en plaatsen. De rust voor je leven vind je niet op afstand van de wereld, zoals de onbewogenheid van stoïcijnen of de “innerlijke vrede” van veel christenen beloven. Je blijft in de wereld leven, als betrokken mens: de rust krijg je door een nieuwe verhouding tot God en de medemens. Jezus heeft de weg daartoe gewezen.
 
12 juli: Jesaja 55,6-13, Psalm 65, Matteüs 13,1-9.18-23
Jezus kijkt vanaf het schip naar het land. Dat wordt pas goed als het het goede zaad kan ontvangen en doen groeien. Gods woord wordt uitgezaaid over de aarde, kwistig en overvloedig. Het Woord van Israëls God is op de mens gericht met de bedoeling dat Woord en hoorder gaan samenvallen; dan is het mensenzaad goed en kan het honderdvoudig vrucht dragen. Het zaad wordt van buitenaf gestrooid, Israëls God is de compleet Andere, maar tegelijk volkomen nabij. Om te voorkomen dat hemel en aarde van elkaar vervreemden, wil Hij altijd weer zijn zaad uitstrooien, zijn Woord laten klinken en wachten, in iedere tijd opnieuw, op hoorders en doeners van dat Woord.
 
19 juli: Jesaja 40,12-25, Psalm 86, Matteüs 13,24-30.36-43
Het centrale begrip in de zomertijd is “oogst”. Het gaat in deze periode om het dóórbreken van het Koninkrijk Gods. En dan gaat het ook over menselijk gedrag dat dienstbaar is aan dat Koninkrijk. “In het seizoen van de oogst, in de zomer, komt de vrucht ter sprake”(Willem Barnard). Dat thema wordt op deze zomerzondag vanuit een speciale invalshoek belicht. Niet alle menselijk gedrag is immers in overeenstemming met het Koninkrijk. Er groeit op de akker kostbaar graan, maar evengoed onkruid. Vooralsnog is graan en onkruid niet uit elkaar te halen. Het moet dus maar door elkaar blijven staan. Maar dat is geen onverschilligheid: eens komt een oordeelsdag waarop de scheiding plaatsvindt.

Cor Spithoven (Citaten uit “De Eerste Dag”