Toelichting leesrooster


Hieronder treft u een toelichting aan op het leesrooster zoals dat ook in ‘De Berichten’ is verschenen.

In de Algemene Leden Vergadering is afgesproken dat we voortaan uitgaan van één lezing van het oecumenisch leesrooster. De voorganger en voorbereiders hebben de keus zelf eventueel een bijpassende tweede (bijbel)tekst te kiezen.

21 februari: Eerste zondag Veertigdagentijd
Genesis 9,8-17, Psalm 25,1-10, 1 Petrus 3,18-22, Marcus 1,12-15
Jezus wordt in het Marcusevangelie met hoge snelheid gelanceerd. Nauwelijks is hij bij de Jordaan aangekomen of hij wordt door Johannes gedoopt, de Geest daalt op hem neer als een duif en er klinkt een stem uit de hemel die hem “geliefde zoon” noemt – en direct hierna jaagt de Geest Jezus de woestijn in. Marcus houdt het tempo er daarna in: in één zin zegt hij dat Jezus veertig dagen op de proef wordt gesteld door de satan, dat hij bij de dieren was en dat engelen hem dienden. Daarna start Jezus razendsnel met zijn verkondiging.
Snel vertellen kan Marcus goed. Zo richt hij meteen de aandacht op het wezenlijke en maakt hij de urgentie van zijn evangelie voelbaar: het Koninkrijk is nabij gekomen.

28 februari: Tweede zondag Veertigdagentijd
Lezingen: 1 Koningen 19,9-18, Psalm 16, 2 Petrus 1,16-21, Marcus 9,2-10
We gaan van de woestijn (vorige zondag) naar de hoge berg. Het verhaal verheft ons uit het alledaagse gebabbel, de wereld van de drukte, gedoe en gekibbel. Het richt onze gedachten en verlangens op het allerhoogste. Op het uiteindelijk reisdoel. Ook als onze weg meestal door het laagland voert, of soms zelfs door een schaduw van dood, moeten we het uitzicht in ons koesteren dat we bovenop de berg hadden.

7 maart: Derde zondag Veertigdagentijd
Lezingen: Exodus 20,1-17, Psalm 19,8-15, Romeinen 7,14-25, Johannes 2,13-22(25)
Rusten na zes dagen werken is niet alleen een herinnering aan Gods handelen bij de schepping (Exodus 20,11), en niet alleen een mensvriendelijke regeling die de Eeuwige heeft ingesteld. De sjabbat is niet zomaar een rustdag – het is een sjabbat voor de Eeuwige, tijd die de mens is gegeven om na zes dagen, die draaien om het eigen leven, om verplichtingen en inspanningen, weer te kijken naar God, het leven te herijken door de Eeuwige centraal te stellen, Hem te vieren.

14 maart; Vierde zondag Veertigdagentijd
Lezingen: Jozua 4,19 – 5.1.10-12, Psalm 122, Efeziërs 2,4-10, Johannes 6,(1)4-15
Een mooi aanknopingspunt voor deze zondag om de evangelielezing met die van Jozua te verbinden, is dat er gedeeld wordt aan de rand van het water, kort voor het Pesachfeest. Jezus dankt aan de oever van het meer van Galilea voor dat wat er is, en begint te delen van de broden en de vissen. Er blijkt genoeg voor iedereen.
Het is precies als met het manna dat gedeeld werd, en waarbij er ook genoeg was voor iedereen. Delen: dat heeft het volk Israël geleerd in het woestijn

21 maart: Vijfde zondag Veertigdagentijd.
Lezingen: Jeremia 31,31-34, Psalm 51, Hebreeën 5,1-10, Johannes 12,20-33
Met indringende woorden ontwijkt Jezus een theologische discussie met het volk en wijst hij op de keerzijde van zijn op handen zijnde verheerlijking: nog maar korte tijd is het licht bij hen. Licht heeft bij Johannes een dubbele lading. Het maakt dingen zichtbaar, maar heeft tegelijk iets goddelijks. Jezus’ functie in de wereld als goddelijk licht is dan ook het zichtbaar maken van God, opdat mensen kinderen van het licht kunnen worden.

28 maart: Palmzondag
Lezingen: Marcus 11,1-11, Jesaja 30,4-7, Filippenzen 2,5-11, Marcus 14,1 – 15.47
Hoofdstuk 4 van Marcus – het eigenlijke lijdensverhaal – zet in met de trouw en genegenheid van een vrouw met een albasten kruikje. Zij blijkt te weten wat er op het spel staat. Het Paasfeest, het feest van bevrijding en vrijheid, blijkt de tijd om Hem uit de weg te ruimen. Het is het verhaal van zijn trouw. “Neem deze beker van Mij weg, maar niet wat ik wil, maar wat U wilt”. Deze zondag maakt ons opnieuw tot getuigen van dit pijnlijk intieme verhaal over Jezus.

1 april: Witte Donderdag
Lezingen: Exodus, 12,(1)15-20, Psalm 81, 1 Korintiërs 11,23-32, Johannes 13,1-15
Volgens de inmiddels overleden opperrabbijn Jonathan Sacks zijn voor een gemeenschap drie zaken belangrijk: ouders, leraren en gedenken. Ouders en leraren moeten kinderen vertellen over het verleden, om wat toen fout ging in de toekomst te voorkomen en het goede te doen. De onderwerpen in de lezingen van Witte Donderdag bevestigen dat belang. Het vertrek uit de slavendienst in Egypte en de voetwassing door Jezus worden nog steeds verteld en herdacht.

2 april: Goede Vrijdag
Lezingen: Exodus 12,(1)21-28, Hebreeën 9, 11-15, Johannes 18,1 – 19.42
Het lijdensverhaal volgens Johannes vertoont met de drie andere evangeliën een geheel eigen couleur locale. Een literaire afhankelijkheidsrelatie is dan ook niet erg waarschijnlijk. Overeenstemming bestaat er ter zake van Jezus’ veroordeling tot de doodstraf door de Romeinse prefect Pontius Pilatus. De ten laste gelegde beschuldiging betrof de aanspraak op de titel “Koning der Joden”. Reeds de vorm van de terechtstelling wijst in de richting van de Romeinse bemoeienis: kruisiging was een Romeinse executiemethode. Het jodendom kende de dood door steniging, een straf waar het joodse gerechtshof overigens zéér terughoudend mee was.

4 april: Eerste Paasdag
Lezingen: Jesaja 25,6-9, psalm 118,15-24, Kolossenzen 3,1-4, Johannes 20,1-18
Na de kruisdood staan de volgelingen van Jezus voor de moeilijke opdracht om naar anderen toe te verwoorden hoe dit toch niet het einde is, omdat God sterker is dan de dood. Het christelijke getuigenis van de verrijzenis bouwt verder op de joodse ervaring dat God een toekomst schept voor zijn volk, ondanks oorlog, verwoesting, ballingschap en (martel)dood. Als de bovenlaag van de bevolking in ballingschap is gevoerd naar Babylon, ziet de toekomst er wel erg somber uit. Toch klinkt ook dan een hoopvolle profetische boodschap. God, die trouw was in het verleden, zal dat ook nu en in de toekomst blijven. Dat vieren we met Pasen.

11 april: Tweede zondag van Pasen
Lezingen: Jesaja 26,1-13, Psalm 111, 1 Johannes 5,1-6, Johannes 20, (19)24-31
De vijf wonden van Jezus’ kruisiging op het kruis , vier nagels door polsen en voeten, een lans door zijn zijde, geven Thomas de ruimte waardoor hij tot zijn belijdenis kan komen. Het zijn de zichtbare tekenen van Jezus’ verwondingen, gesymboliseerd met de vijf wierookkorrels in de paaskaars. Ze doen Thomas beseffen dat de Gekruisigde dezelfde is als de Verrezene. Daar had Thomas tijd voor nodig, mom dat te beseffen – acht dagen lang. Een nieuwe scheppingstijd. Hij was nog van de oude schepping van het niet weten, van de gesloten deuren en de gesloten harten.

18 april ; Derde zondag van Pasen
Lezingen: Micha 1,4-5, Psalm 98, 1 Johannes 1, 1-7, Johannes 21, 15-24
Ondanks al onze goede bedoelingen weten we het allemaal: niemand is onfeilbaar. Hoe herkenbaar is het evangelie van deze zondag, dat Petrus tekent als een mens die Jezus van harte liefheeft, maar die ook weet hoezeer hij tegenover Hem tekortgeschoten is. En wat een wonder: op geen enkele wijze verwijt Jezus hem iets. Jezus nodigt hem uit, geeft hem verantwoordelijkheid: “Hoed en weid mijn schapen”. Het is genade ten voeten uit.

25 april: Vierde zondag van Pasen
Lezingen: Ezechiël 34, 1-10, Psalm 65, 1 Johannes 3, 1-8, Johannes 10,11-16
Hoe vaak kom je het woord pastor(aal) niet tegen in kerkelijke beleidsstukken: pastorale vernieuwing, missionair pastoraat, pastorale presentie, pastorant? Duidt zo’n veelvuldig gebruik niet op een zekere inflatie? Het zijn indringende vragen die de schriftlezingen ons vandaag stellen: wat zijn wij eigenlijk voor elkaar? Een herder of een huurling? Hebben wij hart voor de mensen die aan ons zijn toevertrouwd? Ezechiël klaagt de herders van Israël aan omdat ze het volk in de steek laten. Hij spreekt over zwakke, zieke, gewonde, verjaagde , verdwaalde dieren die hard en wreed worden behandeld. Wie in onze tijd het nieuws volgt, ziet de beelden voor zich! Jezus is de goede herder die zijn leven heeft gegeven voor zijn schapen.

2 mei: Vijfde zondag van Pasen
Lezingen: Deuteronomium 4,32-40,Psalm 119,17-24, 1 Johannes 3,18-24, Johannes 15,1-8
In het evangelie van vandaag zegt Jezus tot zijn leerlingen: ”Blijf in Mij, dan blijf ik in jullie”, Hij vertelt het geheim van de ware vruchtbaarheid. Zoals een wijnstok geen vrucht kan dragen zonder de wijnstok, zo kunnen wij slechts vruchtbaar zijn, als wij met Hem verbonden blijven. Rijke vrucht zullen wij dragen. Jezus vergelijkt zichzelf met een wijnstok die ranken draagt, die op hun beurt weer vrucht dragen. Wij worden gedragen en wij mogen zelf dragen. Dat wij gedragen worden, betekent dat wij onze zekerheid niet in onszelf hoeven te zoeken.