Toelichting leesrooster


Hieronder treft u een toelichting aan op het leesrooster zoals dat ook in ‘De Berichten’ is verschenen.

In de Algemene Leden Vergadering is afgesproken dat we voortaan uitgaan van één lezing van het oecumenisch leesrooster. De voorganger en voorbereiders hebben de keus zelf eventueel een bijpassende tweede (bijbel)tekst te kiezen.

8 mei: Vierde zondag van Pasen: Numeri 27,12-23, Psalm 100, Johannes 10, 22-30
Erfgenaam zijn houdt ook een verantwoordelijkheid in: dat je recht doet aan de ereflater, zijn erfenis niet te schande maakt. In de lezingen van vandaag komen we verschillende manieren tegen waarop op “erfenissen” worden gereageerd, met prachtige beelden van erfgenamen die het hebben gered uit een scala van verschrikkingen. En aan ons de vraag: Hoe gaan wij om met de erfenis van Jezus? Bij de overdracht van leiderschap wordt de erfenis van de voorganger meestal aanvaard, als deze een goede leider is geweest.

15 mei: Zondagmorgen retraite

22 mei: Zesde zondag van Pasen: Joël 2,21-27, Psalm 67, Johannes 14,23-29
We treffen Jezus en zijn leerlingen aan de maaltijd, het laatste avondmaal dat ze zullen delen vóór zijn dood. In het Johannesevangelie is het een gebeurtenis waar ruim de tijd voor genomen wordt. Jezus bidt en bemoedigt, vat zijn boodschap samen en bereidt zijn vrienden voor op wat komen gaat. Er is ruimte voor vraag en antwoord, voor geduldige herhaling en liefdevolle woorden die troostvol richting geven naar de toekomst.

26 mei: Hemelvaartsdag: 2 Koningen 2,1-15, Psalm 47, Lucas 24,49-53
Lucas’ weergave van Hemelvaart is een actief gebeuren: het leven van Jezus wordt niet stilgezet wanneer hij ten hemel vaart, maar hij gaat al zegenend naar boven. De laatste woorden of handelingen van iemand van wie je afscheid neemt, blijven je vaak bij.
De hemelvaart op zich is niet het doel van Lucas’ vertellen, en dat maakt het ook verklaarbaar waarom hij het zo beknopt vertelt. Het gaat Lucas vooral om wat in gang is gezet. Jezus’ aardse leven is ten einde, maar de zegen gaat door. Op de aarde zijn nu zijn volgelingen aan zet, om met die zegen aan het werk te gaan.

29 mei: Opening van de cyclus “het groene hart van God”
Tijdens deze openingsbijeenkomst wordt het thema het groene hart van God gezamenlijk verkend vanuit verschillende perspectieven. We luisteren naar enkele teksten, daarnaast is er ruimte voor eigen gedachten en uitwisseling. We verdiepen en bereiden ons zo samen voor op de vieringen die komende tijd volgen.

5 juni: Pinksteren – inspiratie: Genesis. 1,1-2; Spreuken. 8,23-31
Genesis: Het eerste vers (van Genesis) wordt meestal gelezen als titel van de tekst die volgt: ‘In het begin schiep God de hemel en de aarde.’ Ook mogelijk is: ‘Sinds het begin is God Schepper van de hemel en van de aarde.’ Voordeel van deze laatste vertaling is dat een historiserende lezing voorkomen wordt, schepping is een voortgaand proces. Weer een andere traditie vertaalt vers 1 als het begin van een zin die doorloopt: ‘In het begin, toen God de hemel en de aarde schiep/scheidde was de aarde woest en doods.’

God schept en scheidt de hemel en de aarde de hemellichamen en de aardse bewoners, allen in nauwe onderlinge relatie, maar wel op enige afstand van elkaar. De uitgangssituatie in die lezing is niet dat er helemaal niets is, er is de aarde die woest en doods is of vormeloos en leeg of ongefundeerd en grondeloos. Er is een watermassa gehuld in duisternis waar Gods adem / Gods wind aanwezig is en beweegt – zweeft, waait of broedt. (p. 58.)

Spreuken: Van Vrouwe Wijsheid wordt gezegd dat ze geformeerd wordt – namelijk in de baarmoeder, zoals in Psalm 139,13 – en gebaard. (…) Vrouwe Wijsheid is als kind al – daarop duidt het woord lieveling – getuige van de schepping en leert zo hoe alles in elkaar zit. (…)

Een aspect van de alomvattende kennis van Wijsheid is de kennis van de natuur: van aarde, water en lucht compleet met alle levende wezens. (…) Vrouwe Wijsheid heeft dus goddelijke trekken en is ook nauw verbonden met de schepping. (…) Zij wordt geïdentificeerd met de Geest. Ze is een macht die van God uitgaat en de schepping doordringt.

Zij zetelt ook in de harten van de profeten en leiders en inspireert hun uitspraken en hun daden. (…) Doordat Vrouwe Wijsheid zo’n omvattende kennis heeft en die over wil dragen, is ze lerares bij uitstek. (…) Doordat ze als vrouwelijke figuur een goddelijke status heeft en aanwezig is in de schepping biedt ze een tegenwicht tegen het beeld van God als mannelijke heerser boven de schepping. Als vrouwelijk beeld van God is ze niet alleen transcendent, maar ook immanent. Uit de hele schepping spreekt namelijk de Wijsheid. (…) Door haar kunnen alle mensen wijs worden. De plaats van mensen in het grote geheel van de kosmos volgens de wijsheidsliteratuur is dus die van leerling. (pp. 94-97.)

12 juni – het scheppen van leven: Genesis. 1,20-31
De mens is hier onderdeel van een groter geheel, schepsel onder de schepselen. Mensen worden op dezelfde dag geschapen als de dieren op aarde. Het leven wordt geschetst in zijn onderlinge samenhang en afhankelijkheid. Niet alleen de mens, maar de hele natuur is in principe goed, want God zag dat het goed was. Maar wijst de opdracht tot heersen dan niet op de menselijke superioriteit en voorrang op als wat is? (…) (Kort na de ballingschap) waren de schrijvers zich juist zeer bewust van hun kwetsbaarheid en van de onderlinge afhankelijkheid van alle levende wezens en ze benadrukten dat wat juist niet vanzelfsprekend was: dat mensen goed zijn in Gods ogen en invloed kunnen hebben op hun omgeving. In onze technocratische cultuur van beheersing kunnen wij ons voordeel doen met het besef van de onderlinge relatie van alle schepselen en Gods goedkeuring van de aarde en alle levende wezens. Mensen delen het land en de eetbare planten die het land voortbrengt met de dieren. God vertelt aan de mensen dat de planten er ook voor de dieren zijn, opdat ze weten dat de aarde niet alleen hen moet voeden. Ze mogen de aarde gebruiken, maar niet onbeperkt en alleen met respect voor andere schepselen. Het besef dat de aarde één groot ecosysteem is, is al in Genesis 1 aanwezig, evenals het besef dat alle schepselen waarde hebben voor God en dat een grote biodiversiteit positief is. De waarde van biodiversiteit komt tot uitdrukking in het herhaalde ‘allerlei’, ‘alle soorten’ en ‘alles wat’ waar het gaat over planten en dieren. De rust van de zevende dag stelt een norm die ingaat tegen een economie van onbeperkte groei die 24/7 productie en consumptie eist. (p. 59.62-63.)

19 juni Lievelingsliederen
Het is alweer heel wat jaren geleden dat er een Lievelingsliederenavond geweest is, een prachtige bijeenkomst. Daar kreeg iedereen uit de gemeenschap de gelegenheid haar favoriete lied in te brengen, kort iets te vertellen waarom dat lied jou zo raakt ( de muziek of een bepaalde zinsnede bv. ). Daarna zongen we het lied met z’n allen. Het gaf het lied ook weer een nieuwe dimensie door wat de inbrenger ons vertelde daarover. Door de liederen in een speciale volgorde te zetten van uitvoering werd het bijna een soort liturgie met heel korte persoonlijke overwegingen ertussen, vol expressie en spankracht. Komt allen, ook als je geen liedfavoriet hebt opgegeven. Hoe meer zingende zielen hoe meer vreugd. Houd er rekening mee dat deze ochtend iets langer kan duren dan normaal.  Indien nodig ivm de lengte wordt er een korte (koffie)pauze in het programma  ingelast.

26 juni – wat is onze plaats?: Jesaja 40,12-14.21-28
Jesaja 40,12-31 heeft overeenkomsten met Genesis 1. Ook hier begint alles met water (vers 12). Ook hier is de aarde gegrondvest (21). En de hemel wordt neergezet als een tent (22). Daarnaast weegt God het stof van de aarde, weegt de bergen en de heuvels als op een weegschaal (12). Gods activiteit wordt voorgesteld als iets wat voortduurt: God spant de hemel uit en geeft adem aan al wat leeft. God zelf troont boven het hemelgewelf (22), is maker en heerser.

De beschrijving van Gods scheppende activiteiten staat hier in het kader van Gods grootheid (13, 17, 25). Gods grootheid staat tegenover de mens die is als gras (6), tegenover de volken die als een druppel in een emmer of een stofje op een weegschaal zijn (15), godenbeelden, maar een stuk hout (19), vorsten en leiders, die hij omver blaast (23). De schepper van de einden der aarde (28) geeft de vermoeide kracht en de machteloze macht (29). Zo brengt deze uiteenzetting het ontstaan van de kosmos en de voortgaande schepping van kosmos en mensen samen in een verdediging van de ene God wiens macht het universum gemaakt heeft en onderhoudt. Dat gebeurt deels met dezelfde woorden als in het begin van Genesis: scheppen/scheiden en vormen. Natuur en geschiedenis staan niet tegenover elkaar. Gods handelen heeft zowel betrekking op de kosmos (26) als op de mensen. (p. 74-75.)

3 juli: Een kinderdienst, voor jong en oud!
Kinderen staan vaak meer onbevangen tegenover de uitdagingen van onze tijd. Hoe beleven zij het groene hart van God? Deze viering wordt voorbereid door kinderen om met jong en oud hun perspectief te delen.

10 juli – zorgen en verwaarlozen: Leviticus. 25,2-7.18-19 + Hosea. 4,1-3
Leviticus: Ook voor de grond er redding. Ook voor de grond geldt de sabbatsrust, volgens Leviticus 25 eens in de zeven jaar. (p. 70.)

Hosea: Het gaat slecht met het land en de dieren als gevolg van menselijk handelen. De dieren die genoemd worden, zijn die dieren die volgens Genesis 1 onder het gezag van mensen vallen, dus waar mensen invloed op hebben. Sinds mensen dominant zijn op aarde hebben zij grote invloed op het hele ecosysteem van de aarde. In dat kader kan een ecologische interpretatie van Hosea 4 en Romeinen 8 zijn: als mensen hun gedrag beteren, zal de aarde weer opbloeien.

Zowel in situaties van zonde als van bevrijding is menselijk handelen ingebed in de natuur en werkt door in de hele gemeenschap. Schepselen hebben elkaar nodig. Zoals uit deze tekst van Hosea 4 al blijkt, komt ook bij profeten de hele aarde ter sprake. Dat hebben we ook in de scheppingsteksten van Deutero Jesaja (= Jesaja 40-55) gezien. Daar bleken schepping en verlossing geen fundamenteel verschillende categorieën te zijn, net zomin als natuur en geschiedenis. Voor veel heils- en onheilsprofetieën van het Oude Testament geldt dat ze niet alleen betrekking hebben op de menselijke samenleving. Het onheil dat geconstateerd of voorzegd wordt en het heil dat aangekondigd wordt, hebben met de hele werkelijkheid te maken. (p. 126.)

17 juli: filmcafé
Als we de stem horen van David Attenborough, verschijnen bij velen van ons direct indrukwekkende beelden voor ons geestesoog van de wilde natuur op onze planeet. Decennialang heeft hij ons via het televisiescherm meegenomen naar de verste uithoeken van de aarde, om ons te laten delen in de pracht en kracht van dieren- en plantenrijken. Gods grote en kleine creaties kwamen tot leven in de eigen huiskamer en als geen ander wist hij ons bewust te maken van het belang om te zorgen voor onze planeet. In 2020, op 93-jarige leeftijd, maakte Sir David Attenborough een hele persoonlijke (laatste?) documentaire: A life on our Planet. Op 17 juli kijken we samen naar zijn prachtige beelden en luisteren naar zijn indringende verhaal en oproep om het tij te keren. Na afloop praten we informeel met elkaar na over wat deze documentaire ons kan vertellen over Het Groene Hart van God, en hoe dit klopt in onszelf. Uiteraard met een hapje en drankje!

Start om 10 uur, afronding rond 12.30.

24 juli – onze keuze heeft gevolgen: Joël 2,12-14. 18-24
In het eerste deel (van dit bijbelboek) wordt tweemaal een ramp beschreven, gevolgd door een oproep tot klagen en een klaaglied. De eerste ramp lijkt een sprinkhanenplaag, de tweede de invasie van een leger. Het zou goed om dezelfde vijand kunnen gaan: een zwerm sprinkhanen als een leger of een leger als een sprinkhanenplaag. Gevolg is in ieder geval verwoesting van het land: ‘Het veld is verwoest, de dorre grond treurt, want het koren is vernield, de wijn verdroogd, de olie verloren.’ (1,10). Het motief van het land dat treurt, komt vaker voor in profetische literatuur. De staat van het land is nauw verbonden met die van mensen. Als mensen kwaad doen en zich afwenden van God, verschraalt het land. Als mensen rechtvaardig zijn, bloeit he tland. Joël geeft niet aan waarin mensen gezondigd hebben, maar roept wel op tot bekering. De mensen kunnen als het ware een voorbeeld nemen aan het land dat rouwt. Dan komt het antwoord van God (2,18-27). Eerst wordt het land aangesproken, dan de dieren, dan de mensen.

Tot eind oktober zullen ook de volgende teksten ter sprake komen: Jesaja. 35,1-7 samen met Psalm 148; Matteüs. 6,25-34; Johannes. 6,4-15; Romeinen 8, 18- 25.

En er zijn meer ‘groene passages’ in de Bijbel dan wij kunnen behandelen. Als je nieuwsgierig bent geworden, zie dan bijvoorbeeld ook Gen. 6,17-22 + 7,7-9 waar God zelf zorg draagt voor het in stand houden van de diversiteit van leven; Job 38-39 en 40,15-41,26, waar Hij zijn grootheid en macht illustreert met een veelheid aan natuurverschijnselen en observaties uit de dierenwereld; het kosmische begin van Psalm 19; de laatste strofen van Psalm 96, waar de aarde en de zee en al wat daarop en daarin leeft blijkt te delen in de vreugde van het toekomstige rechtvaardige oordeel; Psalm 104, waaruit nogmaals blijkt hoezeer de ‘pre-industriële mens’ oog had voor de natuur en de dieren en deze in verband bracht met de bron van alle leven.

Naast de reguliere vieringen zullen er verschillende alternatieve bijeenkomsten en activiteiten georganiseerd worden, zoals een filmcafé, een lezing, een kruidenproeverij…