Toelichting leesrooster


Hieronder treft u een toelichting aan op het leesrooster zoals dat ook in ‘De Berichten’ is verschenen.

In de Algemene Leden Vergadering is afgesproken dat we voortaan uitgaan van één lezing van het oecumenisch leesrooster. De voorganger en voorbereiders hebben de keus zelf eventueel een bijpassende tweede (bijbel)tekst te kiezen.

13 september: Exodus 32,7-14, Psalm 103,8-12, Matteüs 18,21-35
Als een ander je kwaad berokkent, je bedreigt, bedriegt, of oneerlijk behandelt, dan doet dat pijn. Zo iemand vergeven is niet gemakkelijk. Daarvoor moet je jezelf overwinnen. Vergeven kan eigenlijk pas als die ander berouw toont en excuses aanbiedt. Petrus worstelt met de vraag hoe vaak hij een ander moet vergeven. Hoe ver moet je gaan, hoe ver kun je gaan? Jezus maakt duidelijk: God vergeeft als wij ook elkaar vergeven.

20 september: Jona 3,10 – 4,11, Psalm 145,1-12, Matteüs 20,1-16
(In verband met Vredeszondag kunnen ook andere teksten worden gekozen)
We horen van Jona die niet begrijpt dat God de inwoners van Ninive wil sparen. We horen van de arbeiders van het eerste uur die niet begrijpen dat de werkers van het elfde uur hetzelfde loon ontvangen. De vraag is gerechtvaardigd of wij wel van harte kunnen meemaken dat God genadig is en tot vergeving bereid. Of kunnen wij het ook niet hebben dat God de zon laat schijnen over goeden en kwaden, en dat ons aan het einde van de dag dezelfde beloning wacht als degenen die zich pas op het laatste moment bekeerd hebben?

27 september – 18 oktober: Cyclus Vrouwen in het Oude Testament

De bijbel een mannenboek, door mannen geschreven en gedomineerd?
In vele opzichten is dat zo. Echter, vanaf begin jaren ’80, de tijd van de vrouwenemancipatie zijn vrouwen niet alleen maar object, maar subject in het wetenschapsonderzoek. Vrouwen, weinig in aantal, die de geschiedenis van Israël meegedragen en opgebouwd hebben en niet zelden de waan van de patriarchale macht doorprikten.

In deze cyclus worden vier vrouwen uitgelicht: Rachab -een hoer; de zussen Lea en Rachel – voor/aartsmoeders; Esther – een koningin; Debora – een rechter en profetes. Zij worden door de voorgangers van deze cyclus ingeleid met vermelding van de lezingen.

27 september: De wijsheid van Rachab uit Jozua 2 Tina Geels
Na een korte opening vinden we meteen aan het begin van het boek Jozua, het prachtige verhaal over Rachab, een vrouw van lichte zeden. Zij was mogelijk de eigenaresse van een herberg op de muur van de oude stad Jericho. Misschien een bordeel. De Romeins-Joodse geschiedschrijver Flavius Josephus heeft in zijn weergave van het verhaal het woord ‘hoer’ willen vermijden. De twee verspieders van Israël, die vooruit zijn gestuurd om de stad te verkennen, nemen hun intrek bij haar in de herberg. Door haar houding, behulpzaam vanwege een sterke intuïtie waarmee zij de twee verspieders helpt te vluchten uit de stad, heeft Rachab een ereplaats gekregen in de galerij van wijze vrouwen in Israël. In een context van geweld, immers het land Kanaän zal worden veroverd, is juist deze formidabele vrouw een beeld van zachte krachten die uiteindelijk zullen overwinnen. Het scharlakenkoord, waarmee de twee mannen ontsnappen langs de buitenmuur van de stad, zal later het leven van haar familie redden.

4 oktober: Genesis 29,15-30,24 Joop Smit 
Het drama tussen Lea en Rachel bevat in een notendop het uitgebreide drama dat het boek Genesis in een reeks varianten weergeeft. Jacob hield van Rachel: het begint allemaal met liefde, maar liefde is niet genoeg. De geschiedenis van Lea vertelt waarom. Liefde verbindt, maar verdeelt ook. Het maakt dat de niet of minder geliefde zich afgewezen, tekortgedaan, verlaten voelt. Je kunt een familie, laat staan een maatschappij, niet alleen op liefde bouwen. Daar heb je ook gerechtigheid voor nodig. Liefde zonder gerechtigheid is unfair, althans zo zal het door degene die minder geliefd wordt worden ervaren. Dat wil de Bijbel ons doen begrijpen als we daar lezen: ‘En God zag dat Lea minder werd liefgehad.’ (Jonathan Sacks)

11 oktober: Esther, 4 en 7 Florus Kruyne
In het Bijbelboek Esther komt God niet voor. Hij is verborgen aanwezig. Dat is precies de betekenis van de naam Esther: ‘Ik zal mij verbergen”. Dat een vrouw sleutelfiguur wordt in de voortgang van het verhaal van God en mensen, is bijna archetypisch. Het is schering en inslag in de menselijke geschiedenis. Zij belichaamt de ziel van het volk. Zij is het volk. Door haar wijsheid en haar moed, doordat zij zich niet langer verbergt, maar tevoorschijn komt verkeert het onheil in geluk en voorspoed. 
Het verhaal van de redding van het volk Israël is altijd een geweldige troost en bemoediging geweest voor het joodse vol in de diaspora en in de verdrukking. Van het joodse Poerimfeest waarin deze schitterende redding gevierd wordt, is de toonzetting er een van uitbundige vreugde. Het ‘mausoleum van Esther en Mordechai’ (haar oom) in de Iraanse stad Hamadan is tot op de dag vandaag de belangrijkste joodse pelgrimsplek in Iran. Wat het verhaal van Esther met ons als deelnemers aan de viering van de Werkhofgemeenschap te maken heeft anno 2020, is iets wat we nog mogen ontdekken.

18 oktober: ZondagMorgenAnders – BIBLIODRAMA Debora en Jaël, Rechters (Richteren) 4 en 5
De Israëlieten werden al 20 jaar onderdrukt door Jabin, koning van Kanaän. In die tijd trad de profetes Debora, de vrouw van Lappidot, als Rechter op in Israël.Rechters waren leiders van het volk, die in noodsituaties het initiatief in handen namen. Debora gaf Barak, als legeraanvoerder, opdracht met 10.000 man op te trekken naar de berg Tabor. Zij zou Sisera, legeraanvoerder van Jabin, naar Barak toe lokken en aan hem overleveren met behulp van Jaël, die de gevluchte Sisera met een tentpin zou doden. Lees als voorbereiding Rechters 4 en 5 Maria van Kuijen

 CITATEN UIT “DE EERSTE DAG”

25 oktober: Deuteronomium 6,1-9, Psalm 1, Matteüs 22,34-46
Op deze zondag gaat het erover hoe mensen kunnen leven overeenkomstig Gods bedoelingen. Waar komt het nu eigenlijk op neer in de wet van God? Op deze vraag van de farizeeën antwoordt Jezus met het dubbele liefdegebod. Tevens is de vraag van zijn tegenstrevers aanleiding voor Jezus on hen voorgoed te doen ophouden net hun strikvragen. Het gaat immers niet om het overtroeven met argumenten, maar om het handelen vanuit liefde: “Te dóén gerechtigheid….”

1 november: Allerheiligen/Allerzielen. Openb. 7,2-4.9-17, Psalm 138, Matteüs 5,1-12 
Rond de troon van het Lam dat dood was en leeft, zingt een menigte die niemand tellen kan een rebels lied. Het hele volk van God moet en zal worden gered: heel Israël en met Israël ook een onafzienbare menigte. De mensen die altijd en overal bij ons zijn, maar nooit in tel, zingen bevrijd voor het Lam: “de redding komt van onze God die op de troon zit en van het Lam!” – en niet van de heren en de goden van de aarde. Jezus heeft hun dat geleerd. Hij zag hen wél, hun leven en hun nood. Nu delen zij in zijn overwinning.

8 november: Jesaja 48,17-21, Psalm 70, Matteüs 25,14-30
In de gelijkenis van de talenten is iedereen op reis of onderweg. De heer gaat “op reis”, de twee dienaren gaan “op pad”. Maar de nutteloze dienaar gaat gewoon “weg”. Welke beloning past hier anders bij dan dat de beide dienaren bij de komst van hun heer ook mogen komen “in zijn vreugde”, wat wel een feest moet zijn. En wat past de dienaar die het geld van zijn heer bij de bankiers had kunnen “in leggen” beter dan zelf te worden “uitgeworpen in de buitenste duisternis”. En daar is het echt geen feest!

15 november: Ezechiël 34,11-17, Psalm 90, Matteüs 25,31-46
De mensenzoon scheidt, als een herder die de schapen en de bokken op zekere momenten van elkaar scheidt. Het criterium is de houding tot de naaste die ontferming nodig heeft. Het is een deelnemen aan “alle gerechtigheid” waarvan Jezus al sprak bij zijn doop. Verblijf gunnen aan vreemdelingen, hun honger en dorst wegnemen, kan worden beschouwd als de Bijbelse fundamentele en vanzelfsprekende houding ten aanzien je naaste. Gastvriendschap is het gelaat van Gods ontferming die aan Gods kinderen is geschonken.

22 november: Daniël 12,1-4, Psalm 97, Matteüs 24,14-35
Je hoeft maar een krant open te slaan en je wordt overspoeld door “onthullingen” die het einde van de wereld lijken aan te kondigen: grote bosbranden, smeltende ijskappen, stijgende zeespiegels, het uitsterven van diersoorten, groeiende kloof tussen superrijk en straatarm en daarbij komende onvrede, uitlopend op conflicten tussen landen. Redden wij het dan alleen met een wapenrusting van vertrouwen, hoop en liefde? Het komt er nu meer dan ooit op aan te blijven vertrouwen op de Eeuwige en niet te hopen dat niets de zaak meer kan redden, maar te blijven liefhebben. Zelfs je tegenstander, zoals Jezus ons voorhield.

 Cor Spithoven (Citaten uit “De Eerste Dag”)