Toelichting leesrooster


Hieronder treft u een toelichting aan op het leesrooster zoals dat ook in ‘De Berichten’ is verschenen.

In de Algemene Leden Vergadering is afgesproken dat we voortaan uitgaan van één lezing van het oecumenisch leesrooster. De voorganger en voorbereiders hebben de keus zelf eventueel een bijpassende tweede (bijbel)tekst te kiezen.

3 januari: Epifanie: Jesaja 60,1-6, Psalm 72, Matteüs 2,1-12

Jesaja heeft goede hoop dat Licht zal schijnen over een herrijzend Jeruzalem en zal werken als een magneet voor omringende volken. In Bethlehem, eeuwen later, zijn er representanten daarvan uit het oosten, die sterrenlicht zien, maar met donkere wolken op de achtergrond. Volgens de lezingen van deze zondag trekt het licht een baan door de tijd: van Sion langs Bethlehem, en vandaar verder naar alle mensen die in Jezus de ware Koning zien en hem oprechte eer willen bewijzen door hem na te volgen in zorg voor onderdrukten en weerlozen, in liefde voor de naasten.

10 januari: Jesaja 55,1-11, Daniël 3,52-56, Marcus 1,1-11(13)

Johannes roept de mensen naar het water om zich weer tot God te keren. Ook Jezus geeft gehoor aan Johannes’ oproep. Samen met alle anderen gaat hij onder in het water van de Jordaan. Bij Marcus is iedereen welkom bij de doop: de zondaren, het geleerde en vrome “adderengebroed” én Jezus. Hij voegt zich bij de mensen die terugkeren naar God en zoekt met hen de God van de hemel als Hij zich laat vinden. Zo maakt hij zich bekend als een trouwe zoon van het volk Israël, als “Zoon van God”, een rechtvaardige Israëliet.

17 januari: Jesaja 62,1-5, Psalm 96, Johannes 2,1-11

Als je vraagt waar het verhaal van de bruiloft te Kana over gaat, zal het antwoord wellicht zijn: dat Jezus water verandert in wijn. De auteur van het Johannesevangelie vat de gebeurtenissen echter anders samen. Er gebeuren drie zaken: Jezus maakt een begin aan zijn tekenen, openbaart zijn glorie, en zijn leerlingen geloven in hem. Belangrijk is dan niet dat of hoe water in wijn verandert, maar wat dit zegt over Jezus en wat dit betekent voor de gemeenschap. In het Johannesevangelie is dat telkens de onderliggende vraag: Wie is deze Jezus?

24 januari: 1 Samuel 3,1-10(18), Psalm 63, Marcus 1,14-20

De roeping van Samuel gebeurt niet in één keer. Telkens gaat hij naar Eli als hij zijn naam hoort. Het is niet zo vreemd dat hij denkt dat Eli hem roept, want Samuel is nog een jongen. Kun je te jong zijn om meteen te begrijpen dat het God is die je roept? Of om je door Hem te laten zenden zodra je dat beseft?

De leerlingen van Jezus doen er bij hun roeping minder lang over dan Samuel om te gaan. De tijd is er rijp voor. Dienaren van de Ene zijn niet mensen die altijd al deden waarvoor zij dachten te zijn geroepen. Het zijn mensen die op het beslissende moment, als het nodig is, weten dat het tijd is om te gaan.

31 januari: Deuteronomium 18,15-20, Psalm 111, Marcus 1,21-28
Jezus heeft in het eerste hoofdstuk van Marcus maar een paar woorden nodig om medestanders te werven die bereid zijn met hem mee te gaan. Dat suggereert dat de man uit Nazareth iets aanstekelijks had. Dat blijkt ook uit de reacties in de synagoge van Kafarnaüm waar men diep onder de indruk is van zijn optreden. Geen woord van tegensprak, behalve van die gekke man. Een bezetene wordt hij genoemd die niets te maken wil hebben met die “heilige van God”. Toch, ook al was Jezus dat eigenlijk wél, brengt hij de man tot zwijgen. Het is de eerste tegenspraak. De toon wordt al gezet voor wat tot zijn dood leidt.

7 februari: 2 Koningen ,18-21(22-31)32-37, Psalm 142, Marcus 1,29-39
Twee verhalen, twee onafhankelijke vrouwen die beiden een huishouding voeren waar mensen komen en gaan en gastvrijheid hoog in het vaandel staat.
De Sunamitische maakt ruimte beschikbaar in haar huis en hart voor de profeet en zijn knecht. De schoonmoeder van Petrus opent haar deuren en verwelkomt zijn vrienden thuis. Geen van beiden krijgt een naam, hun beider identiteit is afgeleid van een man of een plaats. De profeet Elisa en Jezus stellen zich in dienst van deze vrouwen, en helpen hun leven en toekomst veilig te stellen.

14 februari: ZondagMorgenAnders Thema: Kiezen voor liefde

21 februari: Eerste zondag Veertigdagentijd
Genesis 9,8-17, Psalm 25,1-10, 1 Petrus 3,18-22, Marcus 1,12-15
Jezus wordt in het Marcusevangelie met hoge snelheid gelanceerd. Nauwelijks is hij bij de Jordaan aangekomen of hij wordt door Johannes gedoopt, de Geest daalt op hem neer als een duif en er klinkt een stem uit de hemel die hem “geliefde zoon” noemt – en direct hierna jaagt de Geest Jezus de woestijn in. Marcus houdt het tempo er daarna in: in één zin zegt hij dat Jezus veertig dagen op de proef wordt gesteld door de satan, dat hij bij de dieren was en dat engelen hem dienden. Daarna start Jezus razendsnel met zijn verkondiging.
Snel vertellen kan Marcus goed. Zo richt hij meteen de aandacht op het wezenlijke en maakt hij de urgentie van zijn evangelie voelbaar: het Koninkrijk is nabij gekomen.

28 februari: Tweede zondag Veertigdagentijd
Lezingen: 1 Koningen 19,9-18, Psalm 16, 2 Petrus 1,16-21, Marcus 9,2-10
We gaan van de woestijn (vorige zondag) naar de hoge berg. Het verhaal verheft ons uit het alledaagse gebabbel, de wereld van de drukte, gedoe en gekibbel. Het richt onze gedachten en verlangens op het allerhoogste. Op het uiteindelijk reisdoel. Ook als onze weg meestal door het laagland voert, of soms zelfs door een schaduw van dood, moeten we het uitzicht in ons koesteren dat we bovenop de berg hadden.

7 maart: Derde zondag Veertigdagentijd
Lezingen: Exodus 20,1-17, Psalm 19,8-15, Romeinen 7,14-25, Johannes 2,13-22(25)
Rusten na zes dagen werken is niet alleen een herinnering aan Gods handelen bij de schepping (Exodus 20,11), en niet alleen een mensvriendelijke regeling die de Eeuwige heeft ingesteld. De sjabbat is niet zomaar een rustdag – het is een sjabbat voor de Eeuwige, tijd die de mens is gegeven om na zes dagen, die draaien om het eigen leven, om verplichtingen en inspanningen, weer te kijken naar God, het leven te herijken door de Eeuwige centraal te stellen, Hem te vieren.

14 maart; Vierde zondag Veertigdagentijd
Lezingen: Jozua 4,19 – 5.1.10-12, Psalm 122, Efeziërs 2,4-10, Johannes 6,(1)4-15
Een mooi aanknopingspunt voor deze zondag om de evangelielezing met die van Jozua te verbinden, is dat er gedeeld wordt aan de rand van het water, kort voor het Pesachfeest. Jezus dankt aan de oever van het meer van Galilea voor dat wat er is, en begint te delen van de broden en de vissen. Er blijkt genoeg voor iedereen.
Het is precies als met het manna dat gedeeld werd, en waarbij er ook genoeg was voor iedereen. Delen: dat heeft het volk Israël geleerd in het woestijn

21 maart: Vijfde zondag Veertigdagentijd.
Lezingen: Jeremia 31,31-34, Psalm 51, Hebreeën 5,1-10, Johannes 12,20-33
Met indringende woorden ontwijkt Jezus een theologische discussie met het volk en wijst hij op de keerzijde van zijn op handen zijnde verheerlijking: nog maar korte tijd is het licht bij hen. Licht heeft bij Johannes een dubbele lading. Het maakt dingen zichtbaar, maar heeft tegelijk iets goddelijks. Jezus’ functie in de wereld als goddelijk licht is dan ook het zichtbaar maken van God, opdat mensen kinderen van het licht kunnen worden.